Bij de brandweer gebeuren aan de lopende band heldhaftige dingen, sta je constant onder spanning, ren je net zo vaak door vlammenzeeën als dat je koffie haalt en tussendoor glij je via de brandweerpaal naar beneden. Toch? Als je de 35-jarige Gerben vraagt hoe een gemiddelde 24-uursdienst bij de Beroepsbrandweer eruitziet, krijg je niet direct het antwoord dat je verwacht.
Gerben begint deze dag niet met spannende meldingen of sterke verhalen: hij begint over het dagprogramma, sporten, oefenen én koffie. Dat maakt het werk overigens niet minder bijzonder. Juist de combinatie van voorbereiding, oefenen en 24/7 beschikbaar zijn, maakt het werk bij de brandweer tot wat het is. En natuurlijk zijn er óók momenten waarop het alarm gaat en je écht verschil kunt maken.
Van Defensie naar adviesbureau en terug naar tastbaar werk
Toen Gerben tweeënhalf jaar geleden bij de brandweer startte, was hij blanco. Hij had geen kennis of ervaring van het brandweervak, maar wat hij wél had was een intrinsieke behoefte aan zichtbaar en betekenisvol werk.
Gerben begon zijn carrière bij het leger. Viereneenhalf jaar was hij in dienst bij landmacht. Eén keer ging hij op uitzending naar Afghanistan. Die jaren leerden hem discipline, verantwoordelijkheid en het belang van een team. Na zijn tijd bij Defensie koos Gerben voor een ander pad en ging hij studeren. Hij werkte vervolgens vijf jaar als energieadviseur. “Ik merkte na verloop van tijd dat ik iets miste. Ik voelde minder dat ik echt verschil maakte. Ik wilde weer tastbaar werk, waarmee je direct impact maakt.”
Toen hij een vacature bij de brandweer zag, bleef die hangen. Niet vanwege het imago, wel vanwege die gemiste tastbaarheid en dat betekenisvolle werk. “Je hoeft niet uit te leggen wat je doet. Vraag een kind wat een brandweerman doet, en ze kunnen het je zo vertellen.”
Een praktische houding en technisch inzicht
Gerbens achtergrond bij Defensie kwam meer dan goed van pas. De discipline, het functioneren in een team dat veel op elkaars lip zit, omgaan met onverwachte en hectische situaties, maar ook het technisch inzicht.
“Je moet praktisch ingesteld zijn, maar ook kunnen inschatten wat veilig en verstandig is. Je moet een vastzittend slachtoffer uit een voertuig kunnen bevrijden en dus ook weten hoe met materiaal te werken. Dat kun je trainen, maar daar heb je ook een beetje gevoel en inzicht voor nodig.”
Passen bij het werk en bij de ploeg
Het traject om aangenomen te worden is intensief. Een informatieavond, meerdere technische en fysieke testen en gesprekken. “Na elke ronde hoorde je opnieuw of je verder mocht. Dat maakt het spannend.”
De afsluiter bestond uit een dienst met de overgebleven kandidaten. Daar draaide het niet alleen om fysieke fitheid, maar ook om gedrag. Hoe reageer je in stressvolle situaties? Hoe functioneer je als je moe wordt? Kun je samenwerken in een ploeg waarin je volledig op elkaar moet kunnen vertrouwen? Dan zie je pas of iemand écht past. Dat passen gaat ook over karakter. “Je moet hier geen solist zijn. Je moet kunnen luisteren en reflecteren. Je moet je ook willen blijven ontwikkelen. Binnen de brandweer leer je continu bij: van nieuwe technieken tot specialisaties en opleidingen.”