Bij de brandweer gebeuren aan de lopende band heldhaftige dingen, sta je constant onder spanning, ren je net zo vaak door vlammenzeeën als dat je koffie haalt en tussendoor glij je via de brandweerpaal naar beneden. Toch? Wel als we de stereotyperingen moeten geloven, inderdaad. Maar volg brandweerman Bé, al 28 jaar in dienst bij de beroepsbrandweer in Groningen, een dag en je ontdekt iets anders: het echte werk.
Namelijk dat het vak draait om paraat staan, trainen, samenwerken en handelen op de momenten dat het écht nodig is. Juist die combinatie van techniek, teamwork en mensen helpen, zorgt ervoor dat Bé na bijna drie decennia nog altijd met plezier naar zijn werk gaat. “Je begint de dag zelden met vuur of sirenes, en vaak met koffie”, vertelt Bé. “Maar dat koffiemoment is minstens zo belangrijk als een uitruk. Daar zit het teamgevoel. Tussen de grappen en verhalen door voel je hoe iedereen erbij zit.”
Een dag met structuur en voorbereiding
Een 24-uursdienst bij de beroepsbrandweer heeft een duidelijk programma. Dat programma vormt een belangrijk onderdeel van het werk: je bereidt je voor op situaties waarin je snel moet kunnen schakelen en samenwerken. Zo wordt er samen gecontroleerd, samen geoefend, samen gesport en samen gegeten. “Het leven op de kazerne is een mix van oefenen, ontspanning en samenzijn”, zegt Bé. “Maar vooral ook met elkaar trainen, op elkaar ingespeeld raken en zowel fit als scherp blijven. Je moet jezelf kunnen vermaken, en tegelijkertijd goed in een groep kunnen leven.”
De dag begint vaak met een voertuigcontrole en een korte briefing. Iedereen kent daarna zijn of haar rol: van chauffeur of bevelvoerder tot aanvalsploeg die bij brand als eerste naar binnen gaat. Daarna volgen blokken met sport, instructie en oefening. “Je wordt manschap, leert voertuigen bedienen, werkt met gaspakken of wordt chauffeur. Je ontwikkelt je steeds verder en blijft nieuwe dingen leren. Dat maakt het werk ook zo interessant.”
Altijd klaar om te gaan
Het kan tijdens een dienst rustig blijven, maar je kunt ook meerdere keren worden opgepiept voor een uitruk. Zodra de pieper gaat, verandert alles. Gesprekken breken af, stoelen schuiven naar achteren. Je gaat al voordat je het geluid kunt registreren. “Vroeger werd ik er midden in de nacht nog wel eens chagrijnig van. Nu weet ik dat het erbij hoort en kan ik beter schakelen. Dat zit na zoveel jaar in je systeem.”
Gemiddeld zijn er volgens Bé zo’n vier uitrukken per dienst. De meldingen waarvoor de brandweer uitrukt, variëren enorm: branden, verkeersongevallen, stormschade, vastzittende liften of dieren in nood. “Een kat in de boom klinkt misschien niet spannend, maar voor de eigenaar is het wel belangrijk. En voor ons maakt het niet uit: wij helpen. Mens én dier.”
Team en verbondenheid
24 uur samenleven met je ploeg en samen ingrijpende situaties meemaken schept een bijzondere band. “Het is eigenlijk een soort familie”, zegt Bé. “Je kent elkaar door en door. Je ziet het meteen als iemand niet lekker in zijn vel zit.”
Die verbondenheid werd voor hem extra voelbaar toen het noodlot zijn eigen gezin trof in 2022. “De betrokkenheid van en met de ploeg bleef. Even koffiedrinken, een praatje maken, gewoon aanwezig zijn. Het is familie. Dat zegt veel over wat dit werk ook is: je staat er nooit alleen voor.”
Wat hij privé meemaakte, gaf hem ook nieuwe inzichten: hij stond ineens aan de andere kant en werd zich bewuster van het professionele schild dat hulpverleners vaak automatisch opzetten. Een manier om rustig te blijven, afstand te houden en te doen wat er gedaan moet worden, ook als een situatie emotioneel is. Je moet fysiek en mentaal sterk zijn, om in impactvolle situaties kalm te blijven en hulp te bieden.
Techniek, inzicht en snel schakelen
Je ploeg is één groot onderdeel van het werk, maar een tweede belangrijke onderdeel is technisch inzicht. “Je moet praktisch denken en oplossingsgericht werken, maar ook snel kunnen schakelen en beslissingen kunnen en durven nemen”, vertelt Bé. Dat kan betekenen dat je bij een brand moet inschatten of een gebouw nog stabiel is, of bij een ongeval moet bedenken hoe een slachtoffer veilig uit een voertuig gehaald kan worden. “Het maakt het werk uitdagend, nooit saai.”
Helpen wanneer het nodig is
Maar wat Bé het meest aanspreekt in zijn werk, is dat het betekenisvol is. “Het gaat niet om lef of adrenaline. De motivatie ligt in zingeving, teamwork en de medemens helpen wanneer dat nodig is. Dat is voor mij het belangrijkste.”
Het geluid van de pieper hoorde bij zijn jeugd, omdat zijn vader bij de vrijwillige brandweer zat en het idee van mensen helpen, was mede daardoor altijd onderdeel van zijn leven. “Dit werk was voor mij geen jongensdroom over actie of stoerheid; ik wist gewoon niet beter”, legt hij uit. “Het voelde logisch om dit te gaan doen.”
Geen dag hetzelfde
Omdat geen dag hetzelfde is, en je nooit weet wat je te wachten staat is brandweerwerk bovenal ontzettend mooi werk. Het is balans tussen trainen, oefenen, rust en extreme situaties. Het draait om paraat staan, praktisch denken, willen helpen en samen verantwoordelijkheid dragen. “Ik weet nooit wat de dag gaat brengen als ik ’s ochtends naar mijn werk rijd”, zegt Bé. Maar dat is, na 28 jaar, nog altijd de reden dat hij elke dienst weer instapt.