Skip to content

“Het wel of niet versturen van een NL-Alert is geen gemakkelijke beslissing”

Vandaag is het precies tien jaar geleden dat het eerste NL-Alert werd verstuurd, tijdens een grote brand in Tolbert. Mariska Petstra werkt op de meldkamer in Drachten en beslist als calamiteitencoördinator (CaCo) mede over het uitsturen van het waarschuwingsbericht. Een beslissing die niet altijd even gemakkelijk is.

Voordat het NL-Alert werd ingevoerd, was het luchtalarm de belangrijkste methode om burgers te waarschuwen in het geval van een groot incident of een ramp. “Maar in de praktijk werd die bijna nooit gebruikt, omdat dat gelijk zoveel onrust veroorzaakt”, vertelt Mariska. “En je kunt er natuurlijk geen boodschap bij versturen, zoals bij het NL-Alert wel het geval is. Het NL-Alert is wat mij betreft dan ook zeker een nuttige toevoeging aan onze mogelijkheden op het gebied van incidentcommunicatie.”

Denken in scenario’s

Toch denkt Mariska wel drie keer na voordat ze een NL-Alert verstuurt. “Wat zijn de doelen en effecten, en eventueel averechtse effecten? Heeft het echt nut? Mensen kunnen er namelijk ook van in paniek raken, of het kan zijn dat ze naar de plek van het incident komen. En misschien is het ook wel zo dat mensen zelf genoeg informatie kunnen vinden. Het tijdstip van het incident speelt zeker mee. Is het nodig om mensen ervoor wakker te maken? Al met al is het soms best een lastige overweging. Gelukkig kunnen we overleggen met persvoorlichters of leidinggevenden van de regio waar het incident plaatsvindt.”

Hoewel Mariska als CaCo in theorie zelf mag beslissen om een NL-Alert te versturen, doet ze dat eigenlijk altijd in overleg. “Als er heel veel haast bij is, neem ik het besluit zelf. Maar liever overleg ik nog even met de leidinggevende ter plaatse. We denken in scenario’s: bij een grote brand bijvoorbeeld, waar trekt de rook naartoe en is het goed om mensen alvast te informeren? Ook onderzoeken we welke gebouwen in de rook liggen. Zijn daar ook panden bij zoals verzorgingstehuizen, ziekenhuizen en scholen? Verder kijken we onder meer hoe hard het waait en welke kant de wind op staat.”

Hoe werkt NL-Alert? Bekijk het in onderstaande video. NB: het artikel loopt door onder de video.

Ramen en deuren sluiten

Vervolgens kijkt Mariska samen met een collega van de meldkamer in welk gebied ze het NL-Alert gaan uitzenden. “Dat gebied tekenen we handmatig op de kaart. We analyseren het impactgebied en trekken vervolgens de lijnen. Daarnaast hebben we voor de ‘standaard incidenten’ zoals brand, aardbeving en gevaarlijke stoffen wat voorbereide berichten klaarstaan. Daarin staat wat er aan de hand is en wat mensen kunnen doen, bijvoorbeeld ramen en deuren sluiten. Vervolgens moet de juiste link er nog bij, die doorverwijst naar de website van de betreffende veiligheidsregio.”

Na het versturen van een NL-Alert komen er vaak reacties binnen. “Meestal gaat het om mensen binnen het gebied die niks hebben ontvangen, of andersom. Het kan bijvoorbeeld ook zo zijn dat mensen nadat ergens een NL-Alert is verstuurd, dat gebied inrijden en dan alsnog het bericht krijgen. Het systeem zendt het bericht namelijk een uur lang uit. De techniek achter het NL-Alert is best ingewikkeld, dus dat is lastig uitlegbaar. Gelukkig zijn ze er nu mee bezig om die techniek te verbeteren. Uiteindelijk gaat het erom dat we een bericht versturen dat iedereen snapt, met daarbij de boodschap wat mensen zelf kunnen doen.”

Mariska Petstra