Containercalamiteit: crisisbeheersing in het Waddengebied

Een evaluatie in opdracht van de veiligheidsregio’s Fryslân, Groningen en Noord-Holland Noord

Het lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) is door de drie

desbetreffende veiligheidsregio’s gevraagd om het operationeel optreden en het bestuurlijk crisismanagement ten tijde van deze calamiteit te evalueren. Het gaat daarbij enerzijds om de rol van de veiligheidsregio’s in relatie tot de getroffen gemeenten en anderzijds om de samenwerking van de

veiligheidsregio’s met actoren die vanuit de functionele ketens bij de afwikkeling betrokken

waren, waaronder Rijkswaterstaat (RWS), het Wetterskip Fryslân en terreinbeherende

natuurorganisaties.

De evaluatie is gedaan aan de hand van de volgende 4 dilemma’s:

  1. Voorbereiding op rampen en crises in het Waddengebied: planvorming versus praktijk
  2. Op- en afschaling: welk GRIP-niveau was passend?
  3. Samenwerking: gedeelde en eigen verantwoordelijkheid
  4. Vrijwilligheid en veiligheid: wat vraagt dat van de veiligheidsregio?

Het lectoraat Crisisbeheersing van het IFV heeft tegelijkertijd met de evaluatie voor de veiligheidsregio’s Fryslân, Groningen en Noord-Holland Noord een evaluatie verricht ten behoeve van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. In beide evaluaties stond het crisismanagement door betrokken organisaties centraal gedurende de periode van opschaling. Uit de twee evaluaties volgen de volgende algemene bevindingen:

  • Het overboord slaan van ruim driehonderd containers op de Noordzee is te duiden als

een containercalamiteit die noopte tot crisisbeheersing in het Waddengebied;

  • Deze casus laat zien dat vooral de maatschappelijke impact en politiek-bestuurlijke

discussie die de containercalamiteit teweegbracht, de omvang van de gebeurtenis

bepaalden. Operationeel was de calamiteit goed te behappen, maar door bijzondere

kenmerken (Waddengebied, toestroom vrijwilligers etc.) werd de gebeurtenis groot;

  • Opschaling naar GRIP-4, oftewel het instellen van een regionaal beleidsteam, biedt niet

alleen de mogelijkheid om tot afstemming tussen gemeenten te komen; het is ook

(vooralsnog) de enige manier om bestuurlijke afstemming tussen ketens te organiseren;

  • De bestaande GRIP-systematiek biedt voldoende mogelijkheden om in een situatie

zoals die zich hier voordeed gezamenlijk adequaat op te treden. Een ‘groene Gripsystematiek’1 bestaat dus feitelijk al;

  • Voor het goed functioneren van GRIP dient binnen veiligheidsregio’s een wat andere

‘mind-set’ te worden gestimuleerd. Het beheersen van een potentiële crisis gaat verder

dan alleen ‘het bestrijden’ van een calamiteit;

  • Cruciaal in de afstemming tussen ketens is aandacht voor het zo spoedig mogelijk

aanvangen van de integrale crisiscommunicatie die informerend (ook over het proces),

duidend en soms ook faciliterend (richting burgerinitiatieven) kan zijn;

  • Sociale media maken mogelijk dat – aanvankelijk niet betrokken – burgers ten tijde van

een calamiteit of crisis hulp (kunnen) bieden. Speel daar als organisatie op in en denk na

hoe spontane burgerhulp ondersteunend kan zijn aan de eigen werkzaamheden. Doe

dat niet alleen, maar juist ook met anderen (partners uit de algemene en functionele

ketens) en met vrijwilligersorganisaties, die zich soms spontaan kunnen aandienen;

  • In bijzondere situaties – zo bleek ook in deze casus – wordt gebruikgemaakt van

faciliteiten die mensen ook dagelijks gebruiken. WhatsApp is zo’n voorbeeld van een

sociaal medium dat in deze casus een belangrijke rol vervulde. Er zal moeten worden

nagedacht hoe daar gedisciplineerd mee kan worden omgegaan. Voor incident- en

crisismanagement is ook ‘WhatsApp-management’ gewenst.

1 Door terreinbeherende natuurorganisaties is de term ‘groene GRIP-systematiek’ geïntroduceerd. Zij stellen dat er een speciale structuur voor ecologische calamiteiten zou moeten komen. Een van de vijf vitale belangen echter die binnen de Strategie Nationale Veiligheid worden onderscheiden, is ecologische veiligheid. T.a.v. de vijf vitale belangen hebben zowel nationale overheden als de veiligheidsregio’s een rol. Een ‘GRIP-groen’ bestaat dus feitelijk al. Ecologische calamiteiten zouden wel meer nadrukkelijk terug kunnen komen in de voorbereiding en de planvorming.