CONCEPT Advies aan de minister van EZK

CONCEPT Advies aan de minister van EZK ten behoeve van het vaststellingsbesluit Groningenveld voor het gasjaar 2020/2021 Veiligheidsregio Groningen

12 mei 2020

Inhoud

1.     Inleiding. 3

Leeswijzer. 4

2.     Hoofdadvies. 5

3.     Voldoen aan de veiligheidsnorm 10-5 6

4.     Leveringszekerheid, afbouw en capaciteitsbehoefte. 7

5.     Tempo versterken gebouwen en afhandeling schade. 7

5.1  Versterking. 7

5.2  Schade. 8

6.     Maatschappelijke ontwrichting als gevolg van bodembeweging door gaswinning. 10

7.     Onderzoeken en monitoring. 11

7.1 Monitoring gaswinning. 11

7.2  Continuïteit in onderzoeken. 11

7.3 Informatievoorziening. 12

U heeft ons op 31 maart 2020 gevraagd advies uit te brengen over de operationele strategieën voor het Groningenveld van NAM voor het gasjaar 2020-2021.

Wij hebben samen met de overheden in de regio hiertoe de door u verstrekte documenten beoordeeld en zijn tot voorliggend advies gekomen. Wij verwachten met dit advies een goede bijdrage te leveren aan het door u te nemen vaststellingsbesluit en daarmee aan de door u ingezette lijn om de gaswinning zo snel mogelijk terug te brengen naar nul.  Hierbij betrekken wij ook de gevolgen van  de Corona-crisis die voor onze inwoners bovenop de al bestaande problemen komen.

Wij hebben ons advies gebaseerd op onderstaande documenten:

Maatschappelijke documenten:

  • Diverse onderzoeken Gronings Perspectief;
  • Onderzoeken GGD;
  • Rapport kinderombudsman 2018;
  • Brief ombudsman juni 2019;
  • Brief ombudsman januari 2018;
  • Rapport van de RUG over situatie Groningse kinderen.

Technische documenten:

  • GTS-raming:  Advies leveringszekerheid voor benodigde Groningenvolumes en – capaciteiten + bijlage; voor het gasjaar 2020-2021 d.d. 31 januari 2020;
  • Verzoek tot voorstellen operationele strategie voor het gasjaar 2020-2021 d.d. 3 februari 2020;
  • NAM: Toezending geüpdate HRA en Operationele Strategie, d.d. 9 april 2020;
  • Operationele Strategieën voor het Gasjaar 2020-2021 d.d. 13 maart 2020 (rectificatie d.d. 9 april 2020);
  • Seismic Hazard and Risk Assessment Groningen Field update for Production Profile GTS – raming 2020, March 2020 (retificatie d.d. 9 april 2020);
  • Korte review operationele strategie(ën) en HRA voor het gasjaar 2020/2021, d.d. 26 maart 2020;
  • NCG; Memo: Afvoeren versterkte panden en eerste analyse HRA 2020, d.d. 23 maart 2020;
  • Kamerbrief d.d. 31 maart 2020: Resultaten risicoanalyse 2020-2021;
  • Kamerbrief d.d. 21 februari 2020: Raming Gaswinning Groningen 2020/2021 en verder;
  • DNV-GL: EINDRAPPORT Validatie van het GTS advies van 31 januari 2020 d.d. 10 februari 2020;
  • SodM: Advies uitgangspunten operationele strategie(ën) en HRA voor het gasjaar 2020/2021 d.d. 17 januari 2020;
  • SodM: Addendum op het advies uitgangspunten operationele strategie(ën) en HRA voor het gasjaar 2020/2021 d.d. 28 januari 2020;
  • TNO-rapport, ; Eindrapport Vergelijking van het seismisch risico van verschillende afbouwscenario’s voor de gaswinning uit het Groningenveld d.d. 23 januari 2020;
  • Gasterra: Capaciteitsstudie ten behoeve van het sluiten van het Groningenveld; Q4 -2019 / Q1 -2020 d.d. 31 januari 2020.

Leeswijzer

Wij hebbenons advies opgebouwd aan de hand van de punten genoemd in artikel 52d van de Mijnbouwwet. In dit artikel wordt bepaald op welke onderdelen u een toetsing moet uitvoeren bij de vaststelling van het veiligheidsbelang en het maatschappelijk belang dat verbonden is aan het niet kunnen voorzien van eindafnemers van de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas.

NAM heeft op uw verzoek twee strategieën uitgewerkt. Operationele Strategie 1 (OS1) kent een opstartvolgorde vergelijkbaar met die van vorig jaar. Operationele Strategie 2 (OS2) is een strategie op basis van een verkennend onderzoek van TNO naar het verkleinen van de seismische risico’s. Bij OS2 wordt geen gebruik meer gemaakt van het cluster Bierum.

In uw brief van maart jongstleden verzoekt u ons advies te geven over het te nemen vaststellingsbesluit voor één operationele strategie.

Ons advies is om OS2 vast te stellen, waarbij we hieronder onze afwegingen geven.

Onze eerste aandacht gaat uit naar het effect dat beide strategieën hebben op de veiligheid van onze inwoners. OS1 kent nog 162 gebouwen binnen de onzekerheidsmarge van de veiligheidsnorm (P90), terwijl OS2 nog 82 gebouwen kent. Van deze 82 gebouwen maken 81 gebouwen onderdeel uit van de groep van 162 gebouwen. Vanuit dit oogpunt gaat onze voorkeur uit naar OS2.

Door NAM wordt aangegeven dat de verschillen in het optreden van risico’s en schade tussen beide strategieën verwaarloosbaar klein zijn. OS1 kent een hoger aantal overschrijdingen van de fluctuatienormen en een lager energieverbruik. Het effect van de overschrijdingen van de fluctuatienorm is niet zichtbaar in de modellen. Het lagere energieverbruik heeft te maken met de hoge druk van het gas in het cluster Bierum. Hierdoor is minder elektriciteit nodig om het gas geschikt te maken voor transport. Met het verschil tussen OS2 en OS1 kunnen circa 20.000 huishoudens van stroom worden voorzien.

Wordt naar de dreiging en de kans op aardbevingen gekeken dan zien we een lichte voorkeur voor OS1. Maar deze verschillen zijn marginaal.

Onze bevindingen afgewogen hebbende en uitgaande van de realiteit dat er nog geen zichtbaar effect waargenomen kan worden van de door u genomen maatregelen voor de afbouw van de gaswinning, de schade-afhandeling en de versterking komen wij tot het hoofdadvies u te adviseren  te besluiten voor het komend gasjaar te opteren voor OS2.

Zoals wij hierna zullen motiveren is en blijft het, los van onze keuze voor OS2, van belang dat er voortgang moet zijn in versterking,  schade-afhandeling en verdere afbouw van de gaswinning.  De maatschappelijke gevolgen zijn, ondanks dat de afbouw van de gaswinning is ingezet, nog altijd onacceptabel groot. Nu de gevolgen van de Corona-crisis hier ook nog eens bijkomen is er sprake van stapeling van problemen die leiden tot maatschappelijke ontwrichting. U dient deze stapeling van de gevolgen nadrukkelijk mee te wegen in uw besluit.
 

Het blijft van belang dat alle inwoners van Groningen net zo veilig zijn als de inwoners van de rest van Nederland.

Uit de HRA 2020 zou kunnen blijken dat dit moment steeds dichterbij komt. Echter uit de steekproef van woningen zonder risicoprofiel (steekproef batch 1581) blijkt dat er nog wezenlijke verschillen zitten tussen de uitkomsten van de modelberekeningen en de uitkomsten van de individuele doorrekening met de NPR 9998. Om die reden is toetsing aan de NPR van belang zoals met u is overeengekomen.

Het tempo van de versterking vraagt om versnelling. Hiertoe is tussen Rijk en regio een versnellingspakket overeengekomen waarin onder meer de praktijkvariant voor versnelling moet zorgen. Ook het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) speelt een rol in de versterking. Hiermee zijn we op weg om te voldoen aan de geldende veiligheidsnorm, maar we zijn er nog niet. Met uitzondering van de reeds versterkte woningen weten we nog steeds niet hoeveel inwoners nog worden blootgesteld aan een te hoog risico als gevolg van de aardbevingen.

Wij adviseren u:

  • In uw vaststellingsbesluit te blijven benadrukken dat voortdurend nagedacht moet worden over versnellingsmogelijkheden voor de versterking teneinde de veiligheid voor onze inwoners  te kunnen borgen.

3.1 Mijnbouwregeling als systeem van meten, analyseren, rapporteren en communiceren

In 2019 is het Meet- en Regelprotocol-2017 (MRP) van NAM komen te vervallen en vervangen door de gewijzigde Mijnbouwregeling. Op 2 juli 2019 heeft SodM een evaluatie uitgevoerd van het MRP. Wij zien dat nog niet aan alle aanbevelingen van die evaluatie gehoor is gegeven. Wij vinden het nog steeds van belang dat wij als regio worden betrokken bij het actualiseren van de hoogte van de signaalparameters. Daarnaast vinden wij het van belang dat wij als regio worden betrokken bij de uitvoering van de monitoring en onderschrijven wij het voorstel van SodM voor het installeren van een monitoringsbegeleidingscommissie, waarin de regio mede zitting heeft.

Wij adviseren u:

  • de regionale overheden te betrekken bij het vaststellen van de signaalparameters;
  • een monitoringsbegeleidingscommissie in te richten.

Op basis van artikel 52d van de Mijnbouwwet dient u bij uw besluit over de hoogte van de winning ook het tempo van de afbouw van de vraag naar laagcalorisch Groningen-gas (G-gas) af te wegen.

In de afgelopen jaren heeft u op verschillende momenten gecommuniceerd over deze verwachte afbouw van de vraag naar G-gas. Voor het laatst in uw Kamerbrieven van 21 februari en 31 maart 2020.

U heeft hiermee in de regio, bij onze inwoners, verwachtingen gewekt. Zoals de verwachting dat het veld vanaf het gasjaar 2022-2023 niet meer nodig zal zijn ten behoeve van de volume-productie van G-gas, maar uitsluitend nog voor de levering van dit gas bij extreme koude-perioden dan wel bij uitval van andere L-gasmiddelen dan wel onverhoopt als beide situaties zich gelijktijdig zouden voordoen.

Deze laatste aspecten hebben betrekking op de zogenaamde capaciteitsbehoefte gedurende relatief korte perioden, zodat ook na het gasjaar 2022-2023 aan de leveringszekerheid kan worden voldaan als andere L-gasmiddelen de tijdelijk ontstane extra vraag niet (meer) kunnen dekken. Deze vraagverwachtingen zijn gebaseerd op de raming van GTS van 31 januari jl., dezelfde raming waarop NAM zijn Operationele Strategieën mede heeft gebaseerd. Opvallend hierbij is echter dat er een aanzienlijk verschil is tussen de visie van NAM, in zijn “Operationele Strategieën voor het gasjaar 2020-2021” van 13 maart 2020 (par. 6.4), en de hier eerdergenoemde GTS-raming (bijlage blz. 20 e.v.) wat betreft de invulling van deze capaciteitsbehoefte. Het lijkt ons onontkoombaar dat hieromtrent in uw ontwerp-vaststellingsbesluit voor het komende gasjaar duidelijkheid wordt verschaft.

In uw brief van 8 april 2020 informeert u de Tweede Kamer dat de ombouw van de gasinstallaties in het buitenland mogelijk vertraging oploopt als gevolg van de Corona-crisis. Zo zal mogelijk ook de voorziene ombouw van de negen zogenoemde grootverbruikers voor 1 oktober 2022 onder druk komen te staan. Gelet op de gewekte verwachtingen rondom het beëindigen van de gaswinning en de stapeling van maatschappelijke onrust die zich nu in onze provincie voordoet, gaan wij er vanuit dat de ingezette afbouw met de in uw brief van 21 februari 2020 aangekondigde versnelling, gehandhaafd blijft.

Wij adviseren u:

in het vaststellingsbesluit een duidelijk standpunt in te nemen over de capaciteitsbehoefte uit Groningenveld (het verschil van visie tussen GTS en NAM)

5.1  Versterking

Met een afnemende gaswinning zien we ook een afname van de seismische dreiging en daarmee een afname van het aantal adressen met een (licht-)verhoogd risico volgens de HRA 2020.

Tegelijkertijd zijn ruim 26.000 adressen in onze regio onderdeel van de versterkingsaanpak. Met u is afgesproken dat alle adressen die onderdeel zijn van de versterkingsaanpak opgenomen en beoordeeld moeten worden.

Een deel daarvan is reeds in uitvoering, of staat aan de vooravond daarvan. Een ander deel zit nog in de onderzoeksfase (opname en beoordeling) en daarvan is onduidelijk wanneer de bewoners een advies over de versterking van hun woning krijgen. Ook is er nog een aanzienlijk deel waar het onderzoek nog niet eens gestart is en voor de bewoners onduidelijk is wanneer zij aan de beurt zijn.

Dit trage tempo schendt grondrechten van onze inwoners. Zij hebben recht op veiligheid en op ongestoord genot van eigendom. Ondanks het ontwikkelen van versnellingsmethoden, is er in werkelijkheid nog geen versnelling waargenomen.

Naast de onzekerheid over hun veiligheid weegt de onzekerheid over wat en wanneer er iets gebeurt met hun woning zwaar bij onze inwoners. In zijn advies over de rapportage van NAM over de drukvereffening in het veld heeft SodM aangegeven dat waarschijnlijk pas in 2050 de druk in het veld is gestabiliseerd. Tot die tijd zijn aardbevingen hoogstwaarschijnlijk ook te verwachten. Hoeveel en hoe sterk is niet te zeggen. Dat soort signalen geeft onze inwoners niet de zekerheid dat de aardbevingen snel tot het verleden zullen behoren. Zij zien de afname van de versterkingsmaatregelen vooralsnog dan ook vooral als het beperken van de financiële gevolgen voor NAM en het Rijk. Zo lang er nog zoveel adressen niet zijn beoordeeld, hebben we het voor veel inwoners over een papieren veiligheid.

Daarbij zijn wij van mening dat er ook op het gebied van de randvoorwaarden (ruimhartige regeling rondom inpassingskosten en financiële middelen voor regionale overheden om goed regie te voeren) en interne processen (aanbesteding van beoordelingscapaciteit, mandaat NCG) nog diverse verbeteringen mogelijk zijn.

Wij adviseren u:

  • maximaal in te blijven zetten op het versnellen van de daadwerkelijke versterkingen en hiervoor voldoende middelen vrij te maken;
  • de maatschappelijke impact van de geringe voortgang in de versterking in uw besluit mee te wegen.

5.2  Schade

De Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) is twee jaar geleden opgericht ten behoeve van de publieke afhandeling van schade als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld. Het is de bedoeling dat de TCMG dit jaar als gevolg van de Tijdelijke Wet Groningen wordt vervangen door het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). Tegelijkertijd wordt de afhandeling van schade dan verbreed met immateriële schade en de compensatieregeling waardedaling. Dat is een goede ontwikkeling waar in de regio al lang op wordt gewacht.

Het overnemen van de verantwoordelijkheid voor schadeafhandeling door de Staat zou het vertrouwen van de getroffen bewoners in Groningen moeten herstellen, onder andere door een snelle, ruimhartige en rechtvaardige afhandeling van hun schade. Volgens de website van TCMG wordt 62% van de schademeldingen binnen een half jaar afgehandeld. Dit percentage is gebaseerd op de doorlooptijd van een standaard zaak (dus geen complexe schade, normaal huis etc.). De  uitschieters, waarbij de afhandeling veel langer duurt (de resterende 38%), vragen nog aandacht. Ook zien we dat voor specifieke schadegevallen de afhandeling nog steeds moeizaam verloopt en de afstemming met versterking nog niet voldoende werkt. Bovendien bestaat het risico  dat er een nieuw stuwmeer zal ontstaan vanwege het grotendeels stopzetten van de schadeopnames in het kader van de coronamaatregelen.

Een ander risico is de extra taken die IMG krijgt (immateriële schade en waardedaling). Het risico is dat de inzet op deze taken ten koste gaat van de snelheid op de afhandeling van de materiële schade. Bovendien is er een risico dat het inregelen van de nieuwe taken door IMG tot vertraging leidt.

Daarom concluderen wij dat er op dit moment nog steeds veel onzekerheid is over de schadeafhandeling en dat de afhandeling van diverse soorten schades nog niet afdoende is geregeld. Het effect hiervan op onze inwoners is groot en we zien dit ook niet navenant afnemen.

Ook hier geldt dat we niet moeten vergeten dat schadevergoeding een recht is. Dat recht is onze inwoners te lang onthouden.

Wij adviseren u:

  • bij de vaststelling van uw besluit uitdrukkelijk mee te wegen dat de schadeafhandeling nog niet snel genoeg verloopt en voor diverse schadesoorten c.q. gebouwtypen nog niet voldoende is geborgd.

Zoals u in uw vaststellingsbesluit gaswinning 2019-2020 heeft verwoord wordt maatschappelijke ontwrichting veroorzaakt door een palet aan factoren die samenhangen met aardbevingen die ontstaan als gevolg van de gaswinning in Groningen. Hierbij gaat het niet alleen om daadwerkelijke aardbevingen, maar ook om de kans hierop en de gevolgen van aardbevingen die in het verleden hebben plaatsgevonden.

Ook het optreden van schade en het proces van schadeafhandeling zorgen voor sociale onveiligheid, gezondheidsproblemen en maatschappelijke onrust, evenals het lange proces van versterking.

De meest recente onderzoeken[1] maar ook documenten van de Kinderombudsman, de Nationale Ombudsman en de Commissie Bijzondere Situaties tonen wederom aan dat ondanks de verlaging van de gaswinning en de inspanningen die zijn verricht om de maatschappelijke ontwrichting te voorkomen ten gevolge van de gaswinning de ontstane problemen toch nog veel impact hebben op onze inwoners. Naast de onafhankelijke onderzoeken van Gronings Perspectief laat ook het onderzoek van NAM naar de maatschappelijke effecten zien dat er geen enkele afname van de maatschappelijke impact zichtbaar is. Sterker nog, mede gelet op de voortdurende onduidelijkheid over de versterkingsopgave is de verwachting dat de maatschappelijke ontwrichting verder toeneemt.

Boven op de problemen in Groningen komt nu ook nog eens de onrust en onzekerheid rondom de Corona-crisis en de daardoor oplopende vertragingen in schadeafhandeling en versterking. De Corona-crisis treft ons allemaal maar betekent voor de inwoners in Groningen een stapeling van de ontwrichting.   Dit vraagt om extra adequate maatregelen. En niet alleen om maatregelen op het gebied van gezondheid, maar ook om maatregelen op het gebied van sociale veiligheidsrisico’s en het risico op maatschappelijke onrust. Er is een integraal pakket aan maatregelen nodig die gericht is op het wegnemen van de negatieve gevolgen van de gaswinning op a) gezondheidsrisico’s, b) sociale veiligheidsrisico’s en c) risico’s op maatschappelijke onrust.

Een eerste belangrijke stap hierin is het op gang brengen van de versterkingsopgave en schade afhandeling. Met de nieuw ontstane situatie zullen we gezamenlijk verder op zoek moeten gaan naar snel uitvoerbare en creatieve oplossingen. Zo hebben we gezien dat de stuwmeerregeling van vorig jaar een relevante ingreep is gebleken om een deel van de schadeafhandeling vlot te trekken. Wij adviseren u daarom om nogmaals een stevige inspanning te leveren op het wegnemen van de barrières in zowel de versterkingsopgave als in de schadeafhandeling.

Daarnaast zijn ook vergaande ingrepen in het sociale domein nodig. Wij adviseren u om samen met de regio het noodzakelijke maatregelen hiervoor verder uit te werken en hierbij ook aan te sluiten bij de aanbevelingen die in de diverse rapporten al zijn gedaan.

Gaswinning maakt een langdurige en structurele inbreuk op grondrechten van onze inwoners. Wij hebben al vaker gewezen op artikel 2, 3 en 8 EVRM, artikel 1 van het Eerste Protocol van het EVRM en in het bijzonder op de rechten en belangen van kinderen in het gaswinningsgebied. Wij maken ons zorgen over de bijkomende gevolgen van de Corona-crisis. Inwoners moeten nu immers verblijven in een huis en in omstandigheden waarin zij zich al bijzonder kwetsbaar en onveilig voelden. Opnames, beoordelen en uitvoeren van schadeclaims of versterking duren nu nóg langer. Dat vraagt om passende aandacht en een integraal maatregelenpakket zoals hierboven vermeld.

Wij adviseren u:

  • In uw vaststellingsbesluit te laten zien hoe u de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van bodembeweging afweegt ten opzichte van andere belangen;
  • In uw vaststellingsbesluit aan te geven in overleg met de regio te zullen zoeken naar de benodigde maatregelen die nodig zijn om de maatschappelijke gevolgen als gevolg van de gaswinning aan te pakken.
  • 7.       Onderzoeken en monitoring

7.1 Monitoring gaswinning

Het is van belang dat de komende jaren het Groningenveld op een adequate manier gemonitord wordt en blijft worden. Dat betekent in ieder geval dat de modellen die het gedrag van de ondergrond voorspellen actueel blijven en dat de monitoringsparameters geschikt zijn voor de afbouwfase.

Daarnaast is het uiteraard van belang dat het ministerie hierover voldoende en helder communiceert naar onze inwoners. Hoeveel en hoe zwaar zijn de te verwachten aardbevingen? Hoe verloopt de bodemdaling? Komt de realiteit nog overeen met de verwachtingen? Hoe verloopt de abandonnering van de putten?

Voor het komende gasjaar vragen we aandacht voor de continuïteit van de onderzoeken en de aanpassing van de Mijnbouwregeling met betrekking tot monitoring.

7.2  Continuïteit in onderzoeken

Nu een verdergaande substantiële productievermindering vanuit het Groningenveld steeds meer vorm krijgt, wordt er door verschillende partijen, waaronder NAM, nog steeds ook aan een verbetering van de modellen uit de modellentrein van NAM gewerkt. Wij vinden het een belangrijke stap dat in 2019 de modellentrein van NAM onafhankelijk door TNO is herbouwd en in het publieke domein wordt gebracht. De regio heeft u hier al langer om gevraagd.

Juist in deze overgangsperiode wat betreft het uitvoeren van de HRA door NAM dan wel door TNO (in het publieke domein), is het noodzakelijk om in het vaststellingsbesluit voor het komende gasjaar 2020-2021 helder te maken welke onderzoeksopdracht u specifiek nog bij NAM legt en welke opdrachten elders, bijvoorbeeld bij het door SodM beheerde Kennisprogramma Effecten Mijnbouw (het KEM). Voor de seismiciteit blijft het hazard (of dreigingsdeel) van de HRA voor ons nog steeds belangrijk. Wij roepen u evenals in het voorgaande advies ten behoeve van het huidige gasjaar op om het KEM-programma, voor zover gericht op het vergroten van de kennis van en over het Groningenveld, voortvarend te laten uitvoeren.

U heeft toegezegd de regio te zullen betrekken bij het publiek maken van de HRA (i.c. overgang van NAM naar TNO). Voor deze overgang is ook een wijziging van de Mijnbouwwet vereist. Deze wijziging zal gereed moeten zijn voordat het vaststellingsbesluit voor het volgend gasjaar wordt genomen. De jaarlijkse HRA zal voor de hazard naar ons inzicht nog zeker tijdens de volume-productiefase van het veld en mogelijk zelfs in de jaren daarna noodzakelijk blijven.

Het NAM-rapport “Assessment of Subsidence based on Production Scenario “Basispad Kabinet” for the Groningen field; d.d. 2 juli 2018, EP201806209337, is een weerslag van een voortdurend studie- en dataverzamelingsprogramma van NAM en bevat de stand van de kennis over bodemdaling van mei 2018 en is tevens gebruikt voor de vaststellingsprocedure voor het gasjaar 2019-2020. Het rapport geeft een beeld van de totale bodemdaling als gevolg van gaswinning uit het Groningen veld en naburige voorkomens in 2030 en op langere tijd na afloop van de gaswinning, in 2050 en 2080.

Nu heeft NAM in de HRA-2020 onder hoofdstuk 4 de impact van de voorziene gaswinning voor het gasjaar 2020-2021 op de bodemdaling weergegeven en ook die voor de jaren 2025 en 2030. Echter niet voor de jaren 2050 en 2080. Om een consistent beeld wat betreft de impact van de gaswinning op de bodemdaling in onze provincie te verkrijgen, willen we ook inzicht hebben in de bodemdalingsprognose voor die jaren.

SodM adviseert u in zijn addendum van 28 januari 2020 (blz. 2) op zijn advies van 17 januari 2020 dat NAM deze aanvullende bodemdalingsinformatie voor de jaren 2050 en 2080 later mag aanleveren gelet op o.a. de zeer omvangrijke rekentijd. Het was redelijkerwijs niet te leveren voor de HRA die 15 maart jl. gereed moest zijn. SodM stelt voor om voor 1 oktober 2020 deze informatie wel te laten aanleveren door NAM.

Wij adviseren u

  • in het vaststellingsbesluit duidelijk te maken welke onderzoeksopdracht u het komende gasjaar bij welke organisatie u neerlegt;
  • te borgen in uw besluit dat voldoende onderzoek plaatsvindt voor een adequate analyse en monitoring van het Groningenveld;
  • hierbij het oordeel van de Inspecteur Generaal der Mijnen te betrekken;
  • in uw vaststellingsbesluit deze termijn aan NAM op te leggen, zodat voor ons een consistent beeld ontstaat wat betreft de impact van de gaswinning op de bodemdaling.

7.3 Informatievoorziening

Daar waar voorheen een groot deel van de informatie op de site van de NAM was te vinden is met het publiek worden van de schadeafhandeling en versterking een deel van de informatie voor onze bewoners nu bij verschillende organisaties te vinden. Met de verdere afbouw van de gaswinning maken we ons enigszins zorgen over een verdere versnippering van de informatie over de ondergrond.

Wij vinden het van belang dat informatie over de ondergrond en dreiging zoveel mogelijk op een plek te vinden is. Bij voorkeur gekoppeld aan de informatie over de bovengrond.

Wij adviseren u:

  • te borgen dat informatievoorziening over de ondergrond zoveel mogelijk centraal toegankelijk blijft.

[1] metingen (juni & september 2019)  van ‘Gronings Perspectief, Onderzoek van Gronings Perspectief naar de maatschappelijke impact van de beving van Westerwijtwerd, ‘Maatschappelijke Effecten Inventarisatie aardbevingen Noordoost-Groningen 2018-2019’