04a Kaderbrief 2022-2025

Veiligheidsregio Groningen

Vastgesteld door het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio 

op 10 december 2020

Dhr. K.F. Schuiling     Dhr. F.H. Wiersma

voorzitter penningmeester

Inleiding 

Met onze kaderbrief geven wij ons perspectief op 2022 en verder. De afgelopen jaren hebben we invulling gegeven aan de Meerjarenkoers 2018-2021 ‘Grip op risico’s’. In 2020 is hier het Veiligheidsplan aan toegevoegd.

In 2020 is gereflecteerd op de rol van Veiligheidsregio Groningen (VRG) en wat dit betekent voor de begroting en de ontwikkelruimte de komende jaren. Daarbij zijn we ons bewust van de ingewikkelde financiële situatie van de gemeenten. In de kaderbrief gaan we op dit moment uit van de “0” lijn. Gevolg is dat VRG scherp aan de wind moet blijven varen en keuzes moet maken. Gelet op het krappe financiële kader en de diverse landelijke en regionale ontwikkelingen zal dit een forse uitdaging zijn.  Mogelijke financiële effecten vanuit de diverse ontwikkelingen maken we in 2021 nader inzichtelijk.

De brief bestaat uit een algemeen deel met relevante landelijke en regionale ontwikkelingen, inhoudelijke ontwikkelingen per programma en een bijbehorend financieel kader. De ontwikkelingen die VRG breed zijn of grote impact hebben, worden in het algemene gedeelte behandeld. Daarnaast worden per programma nog specifieke ontwikkelingen geduid.

Huidige situatie

De Meerjarenkoers 2018-2021: ‘Grip op risico’s’ en het Veiligheidsplan 2020-2024 zijn de afgelopen jaren leidend geweest voor de structuur, de inrichting en de formatie van VRG. In 2020 hebben we het COT gevraagd te reflecteren op de rol van VRG in de afgelopen jaren en dit in een breder perspectief te plaatsen van landelijke ontwikkelingen. Het COT-rapport* concludeert dat VRG op koers ligt met de gestelde doelen  uit de Meerjarenkoers. VRG zet aanzienlijke stappen in het flexibiliseren en het verbreden binnen het veiligheidsdomein. Tegelijkertijd wordt ingezet op integrale samenwerking tussen de verschillende sectoren. Deze stappen zijn volgens het COT ook nodig in het veranderende landschap van crisisbeheersing. De coronacrisis heeft dit ook duidelijk gemaakt.

Daarnaast heeft bureau AEF* specifiek gekeken naar de financiële positie van VRG. AEF stelt vast dat VRG grote stappen heeft gezet om haar (financiële) basis op orde te brengen en daar nog volgende slagen in aan het maken is. Wel staan de financiën onder druk. VRG is sober en doelmatig ingericht en de komende jaren is er geen ruimte om tegenvallers op te kunnen vangen door de negatieve algemene reserve. AEF constateert dat er financiële ruimte en/of prioritering nodig is om de doelen te kunnen realiseren. 

In deze kaderbrief gaan we op dit moment financieel gezien uit van de “0” lijn. Dit betekent dat de meerjarenbegroting alleen is geïndexeerd. Hiermee wordt rekening gehouden met de financiële situatie van de gemeenten. We gaan verdere invulling geven aan de ingezette koers uit de Meerjarenkoers 2018-2021 en het Veiligheidsplan 2020-2024. Enerzijds wordt dit opgepakt in diverse projecten en trajecten, zoals de doorontwikkeling van crisisbeheersing, de toekomstvisie op brandweerzorg en de toekomstige implementatie van de Omgevingswet, anderzijds gebeurt dit door verder te investeren in onze medewerkers. Daarbij zijn keuzes noodzakelijk om uitvoering te kunnen blijven geven aan onze wettelijke taken. Deze keuzes maken we in 2021 inzichtelijk inclusief de financiële effecten en de risico’s van (landelijke) ontwikkelingen.

* COT-rapport en samenvatting van het AEF-rapport zijn als bijlagen toegevoegd

Landelijke ontwikkelingen

Coronacrisis

Ten tijde van het opstellen van deze Kaderbrief zitten wij middenin de coronacrisis. Een internationale, langdurige crisis, waarbij het om een onbekend virus gaat. Het raakt onze gezondheid, economie en het sociale domein waarbij iedereen in enige mate geraakt wordt en waarbij we te maken hebben met vele onzekerheden. De functionele en algemene keten komen in deze crisis bij elkaar: infectieziektebestrijding, opgeschaalde acute (en niet acute) zorg en openbaar bestuur. VRG heeft een uitvoerende rol en de witte kolom is leidend.

VRG werkt in de multidisciplinaire crisisorganisatie intensief samen met ketenpartners, levert een stevige bijdrage aan de risico- en crisiscommunicatie en complexe juridische advisering. De bestaande crisisstructuur is uitgebouwd naar datgene wat nodig is om de uitdagingen het hoofd te bieden; we acteren flexibel op de aard en de duur van de coronacrisis. We ervaren veel vertrouwen van betrokken gemeenten. De crisisorganisatie werkt hard om uitbraken te voorkomen en in te dammen en om het draagvlak voor maatregelen op peil te houden. Deze ongekende crisis zal naar verwachting een langdurige nasleep kennen. We kunnen nog niet overzien wat dit betekent voor de jaren 2022 en verder. Zeker is dat de coronacrisis  impact heeft op onze reguliere bedrijfsvoering. De aard en de lange duur van de coronacrisis trekken een zware wissel op de continuïteit van de (crisis)organisatie. Oog voor het welzijn en de belastbaarheid van onze medewerkers blijft de komende tijd dan ook van belang. 

De coronacrisis legt een groot beslag op onze organisatie maar geeft ons ook extra impulsen en kansen. De crisis biedt namelijk ook de mogelijkheid om een aantal uitgangspunten zoals beschreven in het Veiligheidsplan al in de praktijk te brengen en dit verder te brengen in 2022-2025. Verder leren we van en met elkaar en blijven dit de komende jaren doen, in nauwe samenwerking met onze partners. 

Wet normalisering rechtspositie ambtenaren en Europese deeltijdrichtlijn brandweervrijwilligers

Per 1 januari 2020 is de wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA) in werking getreden. Deze wet zorgt ervoor dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde arbeidsrechtelijke positie krijgen als werknemers in het bedrijfsleven. Voorlopig zijn de veiligheidsregio’s uitgezonderd zo lang er nog geen oplossing is voor het knelpunt met betrekking tot de juridische status van brandweervrijwilligers. Zij worden namelijk in het licht van de Europese deeltijdrichtlijn beschouwd als deeltijdwerkers. De kern van deze richtlijn is dat deeltijdwerkers niet gediscrimineerd mogen worden ten opzichte van voltijdmedewerkers. Dus hetzelfde werk moet ook op dezelfde manier worden vergoed. Dat geldt dan voor het geheel van arbeidsvoorwaarden, inclusief pensioenopbouw. Dit verhoudt zich niet met de wijze waarop vrijwilligers momenteel worden vergoed. Op dit moment wordt in opdracht van de minister van JenV via de Denktank Taakdifferentiatie ingezet op het aanbrengen van dermate onderscheid tussen de taken van beroeps en brandweervrijwilligers dat een verschillende beloning gerechtvaardigd is. Als deze lijn wordt doorgezet, zijn de verwachte consequenties voor VRG hogere kosten, organisatorische aanpassingen en een volledig ander personeelsmodel. Vrijwilligheid blijft het fundament, maar het is goed mogelijk dat vrijwilligers daarnaast in toenemende mate meer moeten worden aangesteld als een (deeltijd)beroepsmedewerker. We nemen dit risico op in de risicoparagraaf van de begroting 2022.


Zoals aangegeven zijn veiligheidsregio’s vooralsnog uitgezonderd van de WNRA. Na het oplossen van het knelpunt met betrekking tot de Europese deeltijdrichtlijn zullen veiligheidsregio’s collectief de WNRA gaan volgen. Ondersteuning vanuit de VNG ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden is dan niet meer mogelijk, aangezien de gemeenten een eigen CAO hebben opgericht. Veiligheidsregio’s zullen uiterlijk per 1 januari 2022 overgaan naar een arbeidsvoorwaardenregeling veiligheidsregio’s. Hiervoor richten de veiligheidsregio’s een landelijke werkgeversvereniging op. Deze start zo snel mogelijk, maar uiterlijk per 1 januari 2022. Tot die tijd blijft de CAR-UWO van kracht, met ondersteuning van de VNG. Uitgangspunt is dat de oprichting van de werkgeversvereniging nagenoeg saldoneutraal plaatsvindt. Wel is het waarschijnlijk dat de WNRA voor meerkosten zorgt, bijv. door verplichte pensioenafdrachten. We nemen dit risico op in de risicoparagraaf van de begroting 2022.

Landelijk project verzekeringen

De veiligheidsregio’s zijn de afgelopen jaren geconfronteerd met de verharding van de verzekeringsmarkt. Dit is de aanleiding geweest voor de gezamenlijke veiligheidsregio’s nu te overwegen tot eigen risicodragerschap voor bepaalde risico’s over te gaan en te onderzoeken welke juridische, financiële en contractuele vorm dit zou kunnen krijgen. Gedacht wordt aan een Stichting waarborgfonds veiligheidsregio’s. Hiervoor zijn eenduidige aanspraken ontwikkeld. De aanspraken en de bijbehorende financiering wordt naar verwachting in het voorjaar 2021 aan de besturen van de veiligheidsregio’s ter besluitvorming voorgelegd. Indien wordt besloten tot de oprichting van een privaatrechtelijke rechtspersoon dan worden de gemeenteraden vervolgens in de gelegenheid gesteld om hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken. 


Tweede loopbaanbeleid

Tussen werkgevers en werknemers zijn op landelijk niveau afspraken gemaakt rondom de bezwarendheid van repressieve brandweerfuncties, specifiek de beroepsbrandweer. De belangrijkste afspraak is dat beroepsmedewerkers hun functie maximaal 20 jaar mogen uitvoeren. Dit beleid is in 2006 van kracht geworden, wat betekent dat vanaf 2026 de eerste beroepsmedewerkers van functie moeten veranderen. Binnen VRG krijgt het loopbaanbeleid steeds duidelijker vormen waarin ook duidelijk wordt dat dit de nodige kosten met zich mee zal brengen, met name op gebied van in-, door- en uitstroom. De financiering voor de komende jaren moet in principe binnen de eigen begroting gevonden worden. In 2021 wordt binnen de beroepsgroep meer collectief verkend welke ondersteuning de medewerkers nodig hebben inzake hun verkenning naar een tweede loopbaan. Het is de verwachting dat vanaf 2022 meer individuele opleiding- en omscholingsactiviteiten nodig zullen zijn. In 2021 zullen ook de eerste medewerkers gaan vertrekken in het perspectief van de tweede loopbaan, waardoor we nieuwe mensen zullen moeten gaan werven én opleiden. Een kostenraming is op dit moment moeilijk te maken, omdat er op landelijk niveau nog discussie is over de interpretatie van het beleid, omdat het afhangt van meerdere individuele nog te maken keuzes en omdat het samenhangt met de taakdifferentiatie en de visie op toekomstgerichte brandweerzorg.

Omgevingsrecht/ Omgevingswet

Inwerkingtreding van de omgevingswet is nu voorzien op 1 januari 2022. De voorbereidingstijd voor invoering van de nieuwe wet wordt hiermee opnieuw langer. VRG is goed aangesloten op de regionale implementatie van de Omgevingswet en bij de specifieke activiteiten van de verschillende overheden. Omdat de exacte koers van veel gemeenten in dit domein nog onduidelijk is organiseren we flexibiliteit in onze aanpak, om ook na de invoeringsdatum van de wet goed te kunnen inspelen op processen van overheden.

Omgevingsrecht gaat breder dan alleen de Omgevingswet. Onder het omgevingsrecht vallen ook ontwikkelingen zoals de Wet Private Kwaliteitsborging en de Wet Kwaliteitscriteria VTH. Deze kunnen consequenties hebben voor de veiligheidsregio maar die zijn beperkter dan de Omgevingswet. 

Medewerkers worden in 2021 voorbereid en opgeleid om aan te sluiten op de ontwikkelingen die de Omgevingswet met zich meebrengt. Door Cebeon wordt in opdracht van de programmaraad Risicobeheersing van Brandweer NL een onderzoek uitgevoerd naar de structurele- en implementatiekosten van de invoering van de Omgevingswet. We verwachten eind 2020 meer informatie over dat onderzoek en de consequenties voor VRG. Indien dit tot aanzienlijke meerkosten leidt voor VRG, zullen we het bestuur separaat informeren. In december 2019 is in een bestuurlijke bijeenkomst aandacht besteed aan de Omgevingswet. De uitwerking hiervan (met de analyse op basis van het voornoemde onderzoek) zal in het voorjaar van 2021 op de agenda van het AB komen. 

FLO-overgangsrecht

Er is in 2018 een nieuw landelijk FLO-akkoord gesloten tussen werkgevers en vakbonden. Dit geldt voor de beroepsmedewerkers van de brandweer die al voor 2006 een repressieve functie vervulden. De nieuwe berekening van FLO-kosten week door fiscale wijzigingen af ten opzichte van eerdere berekeningen waardoor kosten naar voren gehaald werden. In de jaarrekening 2019 heeft VRG zich daardoor genoodzaakt gezien een voorziening voor de toekomstige FLO-kosten voor de gehele looptijd te treffen van € 15,2 miljoen (NCW). Het FLO-akkoord bevat een aantal onderdelen waar nog landelijke besluitvorming over moet plaatsvinden. Naar verwachting zullen de kosten voor FLO nog stijgen en niet beperkt blijven tot de gevormde voorziening in 2019. De totale FLO-kosten zullen jaarlijks herrekend worden door een externe adviseur, en de voorziening zal daarmee ook jaarlijkse geüpdatet worden. De gevormde voorziening heeft tevens de nodige financiële consequenties voor de (meerjaren) begroting door de hierdoor ontstane negatieve algemene reserve in 2019 van €12,5 miljoen. In het najaar van 2020 is met de gemeenten overeenstemming bereikt om de negatieve algemene reserve op te lossen binnen 5 jaar (2020-2024) door een aanvullende gemeentelijke bijdrage in deze jaren.

Evaluatie Wet veiligheidsregio’s

In 2019 is gestart met de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s. Het ministerie heeft eerder de wens geuit om met de evaluatie niet alleen terug te kijken, maar om te evalueren vanuit de visie op de toekomstige crisisbeheersing. Het Veiligheidsberaad is betrokken bij de voorbereidingen op de evaluatie Wet veiligheidsregio’s. De commissie Mansveld heeft diverse thema’s genoemd, die geëvalueerd kunnen worden. 

In juli 2019 heeft de ministerraad ingestemd met de instelling van de Evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s. De evaluatie is van belang om zicht te krijgen op het functioneren van het stelsel zoals beschreven in de Wet veiligheidsregio’s, zowel ten aanzien van de bestuurlijke als operationele componenten. De commissie gaat zich ook buigen over het IFV-deel. Deze commissie is afgelopen jaar tweemaal in gesprek geweest met VRG. De evaluatiecommissie brengt uiterlijk eind 2020 haar onderzoeksrapport uit.

Ontwikkelingen Landelijke Meldkamersamenwerking 

De Landelijke Meldkamersamenwerking (LMS) is ingegaan per 01-01-2020. De uitname van de Rijksbijdrage voor de LMS is nagenoeg gelijk aan de vermindering van de kosten voor VRG. Een onderwerp waar nog besluitvorming over moet plaatsvinden zijn de kosten voor het leveren van de Calamiteiten coördinator (CaCo) voor de Meldkamer Noord Nederland (MkNN). Wettelijk is dit een taak van de veiligheidsregio’s. Tot op heden worden deze kosten bij de MkNN gedragen door de drie kolommen Politie, Ambulance en Brandweer (VRG). Mogelijk komen deze kosten in de toekomst in het geheel voor rekening van de veiligheidsregio’s. We hebben dit reeds opgenomen in de risicoparagraaf /weerstandsvermogen.

Regionale ontwikkelingen

Visie op brandweerzorg in 2030

De brandweerzorg in Groningen wordt beïnvloed door een groot aantal ontwikkelingen die wij niet altijd kunnen sturen, maar waarop we wel zo goed mogelijk willen inspelen. Voorbeelden hiervan zijn demografische ontwikkelingen zoals verstedelijking, krimp en vergrijzing, de afnemende beschikbaarheid van brandweervrijwilligers, de flexibilisering van de beroepsbrandweer, veranderingen in de bluswatervoorziening en de onder druk staande paraatheid. Maar ook: de Omgevingswet, de Europese deeltijdrichtlijn, de energietransitie en de gebiedsontwikkeling rond de locatie Sontweg. Vanuit de behoefte hierin verantwoorde keuzes te maken, wordt in opdracht van het bestuur een visie ontwikkeld op de brandweerzorg in 2030. De komende jaren nemen we de stappen die nodig zijn om de visie te realiseren en de brandweerzorg toekomstgericht te organiseren. De uitvoering van de visie vraagt om een nog niet in te schatten investering.

Toekomstbestendige paraatheid brandweer

Paraatheid is van groot belang voor een snelle en doeltreffende uitvoering van de brandweerzorg, en is in algemene zin een continu aandachtspunt. Om de paraatheid op een zo hoog mogelijk niveau te houden dan wel te krijgen, wordt er continu naar mogelijkheden gezocht ter verbetering. 

Deze verbeteringen worden gezocht op het gebied van personeel (boeien en binden van vrijwilligers, piketten), materieel en procedures, kazernes en organisatievormen. Door het uitrukken met afwijkende voertuigbezettingen te faciliteren (met onder meer slimme pagers en opleiding en oefenen) en te zorgen voor een netwerk van elkaar ondersteunende posten, worden zowel een snelle eerste uitruk als de benodigde slagkracht georganiseerd.

Veiligheidsplan 2020-2024

De dynamiek in de samenleving vraagt om een duidelijke visie op en een samenhang tussen enerzijds het voorkomen en bestrijden van branden, incidenten, rampen en crises en anderzijds nieuwe veiligheidsvraagstukken. Die beschrijven we in het Veiligheidsplan 2020-2024 dat in juli 2020 is vastgesteld. Het Veiligheidsplan gaat in op de doelen van onze weerbare en flexibele netwerkorganisatie richting de toekomst. Ook markeert dit plan een stap voorwaarts in ons dagelijks denken en doen. Deze stap vangen we zoveel mogelijk op in onze bedrijfsvoering. Daarbij zeilen we scherp aan de wind. En waar de veranderende wereld ons dwingt tot het maken van nieuwe keuzes, worden deze separaat voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Aansluitend op het Veiligheidsplan wordt een Inrichtingsplan Brandweer 2021-2025 opgesteld waarvan ook het Regionaal Dekkingsplan onderdeel uitmaakt. Hiermee bepaalt het Algemeen Bestuur het niveau van de brandweerzorg in het gebied. Het Inrichtingsplan Brandweer 2021-2025 weerspiegelt de visie van het bestuur van VRG op de brandweerzorg in Groningen.

Veilig Leven

Onder de noemer ‘Veilig Leven’ richten we onze activiteiten op het vergroten van (brand)veiligheidsbewustzijn onder inwoners en bedrijven. Veiligheidsregio Groningen doet dit niet alleen, maar in een netwerkorganisatie die samen met (nieuwe) partners de doelen gaat realiseren. In 2021 start de VRG een nieuwe campagne met verschillende initiatieven die bijdragen aan het versterken van risicobewustzijn en zelf- en samenredzaamheid van de Groningers. Op basis van een 0-meting formuleert de veiligheidsregio concrete doelstellingen zoals het verhogen van onder andere de rookmelderdichtheid in woningen en het vergroten van kennis onder inwoners bij wat te doen bij bijvoorbeeld een (zware) aardbeving, langdurige stroomuitval of brand. De campagne zet in op vergroten van de risicobeleving en het versterken van de zelf- en samenredzaamheid, zodat inwoners weten hoe ze zichzelf en elkaar kunnen helpen bij calamiteiten en grote incidenten. Veilig Leven kan zo bijdragen aan het voorkomen van incidenten en het verkleinen van de impact van de gevolgen van een groot incident. De veiligheidsregio wil bovendien met Veilig Leven zo veel mogelijk mensen als ambassadeur betrekken bij bijvoorbeeld de brandweer, maar ook bij de samenredzaamheid in een buurt. 

Aardbevingen

Sinds 2018 heeft VRG de aandacht in het gaswinnings- en aardbevingsdossier verbreed. VRG richt zich op drie pijlers, te weten de fysieke effecten van seismiciteit, de effecten van de gaswinning op gezondheid en sociale veiligheid en de effecten hiervan op maatschappelijke onrust. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de financiering van projecten vanuit het Nationaal Programma Groningen, dat zich voornamelijk richt op Toekomstperspectief. In 2022-2025 is het programma aardbevingen ingebed in de reguliere organisatie van VRG waarbij de ingezette koers op de drie pijlers voortgezet wordt. 

Informatiegestuurd werken 

Informatiegestuurd werken is een breed begrip dat erop neerkomt dat organisaties data inzetten om de primaire processen beter en effectiever te laten verlopen. Het is een manier van werken waarbij met behulp van data-analyse weloverwogen keuzes gemaakt worden die leiden tot gewenste acties op operationeel, tactisch en strategisch niveau.

VRG onderschrijft deze manier van werken en gebruikt deze insteek om verschillende bedrijfsprocessen beter te kunnen ondersteunen. Voor de vier beleidsambities zoals benoemd in het Veiligheidsplan (borgen van de basis, verbreding van risicoprofiel, inzetten op samenwerking in een breder netwerk en flexibel & proactief optreden), geldt dat een informatiegestuurde werkwijze het uitgangspunt is. In 2022 zal VRG blijven inzetten op projecten om het informatiegestuurd werken verder vorm te geven. Zo zullen wij steeds meer gebruik gaan maken van (nog te ontwikkelen) dashboards ter ondersteuning van de bedrijfsvoering. Onder de noemer “meten is weten” zullen er tevens KPI’s worden geïmplementeerd op grond waarvan we op verschillende thema’s kunnen sturen.  

Daarnaast heeft VRG in de afgelopen periode nadrukkelijk aansluiting gezocht bij landelijke ontwikkelingen op het gebied van informatiegestuurd werken. Een voorbeeld is onze deelname aan de coalitie Virtuele Assistent, een samenwerking met VR Fryslân, VR Noord- en Oost-Gelderland, VR Utrecht en het IFV. Het doel is de applicatie Virtuele Assistent verder te ontwikkelen. Deze applicatie moet, met behulp van kunstmatige intelligentie, in staat zijn verschillende open en gesloten databronnen te combineren en te komen tot een geautomatiseerde netwerkanalyse rond een incidentlocatie. De coalitie wil graag komen tot een breed gedragen en landelijk ingevoerde Virtuele Assistent. 

Ook in 2022 zal VRG haar bijdrage aan deze samenwerking voortzetten. Ontwikkelingen als deze bieden naast directe ondersteuning van het (operationele) primaire proces, ook de kans om op termijn voorspellend op risico’s in te spelen. Door gebruik te maken van slimme algoritmes kan opgeslagen data worden geanalyseerd op grond waarvan voorspeld kan worden waar en wanneer in het verzorgingsgebied een verhoogd risico zal ontstaan. Dit zal een enorme stap zijn in de realisatie van onze doelstelling “Grip op risico’s”. 

Onderzoek huisvesting stedelijk gebied
Het locatieonderzoek naar vervanging van de huisvesting aan de Sontweg richt zich op nieuw onderdak voor de volgende functionaliteiten:

  • Eén nieuwe uitruklocatie (thans Sontweg) voor het stedelijk gebied
  • Een onderkomen voor logistiek, oefenen en de regionale brandweerfuncties
  • Dagdienst en crisisruimtes (kantoorfuncties), bij voorkeur samen met de GGD

Het onderzoek stedelijk gebied maakt onderdeel uit van de visieontwikkeling 2030, waarin bepaald moet worden hoe en waar deze functies het best ondergebracht kunnen worden. Voor de twee uitrukfuncties is gezocht naar de mogelijkheid om één van de huidige twee locaties dicht(er) bij de meest risicovolle objecten (i.c. het oude centrum) te positioneren. Uit de, in gezamenlijk ambtelijk overleg met de gemeente Groningen gedeelde, locatieanalyse komt naar voren dat een dergelijke locatie niet voorhanden is. Op grond daarvan zal in afstemming met de gemeente een beoogde locatie in de buurt van de Sontweg worden onderzocht voor de uitruk. Deze locatie biedt de mogelijkheid om ‘daarboven’ de kantoorfuncties en crisisruimtes te huisvesten. Dit biedt tevens ruimte voor de gewenste gezamenlijke huisvesting met de GGD. Voor een nieuw onderkomen voor logistiek, oefenen en regionale brandweerfuncties zal een locatie onderzocht worden die maximaal bijdraagt aan de paraatheid en slagkracht in de gehele regio. De tweede uitrukpost kan gehandhaafd worden in het huidige pand in Vinkhuizen waardoor hier geen nieuwbouw nodig is.

Aan de hand van een op te stellen structuurplan voor beide locaties zal vervolgens de wenselijkheid van het onderbrengen van de gewenste functies beoordeeld kunnen worden. Aangezien de huisvesting gevolgen kan hebben voor de bedrijfsvoering van de beroepsbrandweerposten wordt parallel een onderzoek verricht naar de mogelijkheden op dit gebied.


Kostenontwikkeling Brandweer Opleidingen Noord (BON)

BON Holding BV ondervindt een omzetdaling door bezuinigingskeuzes bij de drie moederregio’s (met name bij Veiligheidsregio Fryslân, maar ook vanuit Groningen en Drenthe) en door de gevolgen van de coronacrisis. Deze en andere ontwikkelingen zetten grote druk op de huidige bedrijfsvoering. Om te komen tot een toekomstbestendige BON is een aantal belangrijke, ingrijpende doch noodzakelijke opties uitgewerkt om de financiële situatie van de BON te verbeteren en binnen de wettelijke kaders te komen. BON heeft laten onderzoeken wat er de komende jaren nodig is voor een toekomstbestendig businessmodel, met name gericht op efficiënter en effectiever werken, kosten besparen en/of flexibeler opereren. De komende jaren dient gestuurd te worden op het verlagen van de vaste kosten door lagere personeelslasten en een efficiëntere bedrijfsvoering. Daarnaast is de BON bezig haar orderportefeuille aan te passen om te voldoen aan de wettelijk verplichte verhouding van tenminste 80% omzet vanuit de drie noordelijke regio’s en maximaal 20% vanuit andere regio’s / klanten en kijkt zij nadrukkelijk op welke wijze kosten gereduceerd kunnen worden. Zo is het Oefencentrum in Zuidbroek gesloten, en worden alle realistische oefeningen geconcentreerd op het oefencentrum in Wijster.

Evenementenbeleid 

In 2020 is een projectgroep gestart om een uniforme regionale werkwijze op te stellen en te implementeren en om de multidisciplinaire advisering van gemeenten met betrekking tot risicovolle evenementen te versterken. In deze projectgroep zijn VRG, hulpdiensten en gemeenten vertegenwoordigd. Aan de basis ligt een integrale beleidsnotitie voor evenementen die het ambitieniveau en de speerpunten bepalen. In 2021 wordt het fundament gelegd om een robuuste basis neer te leggen, gevolgd door een groeimodel voor komende jaren om verdere ambities te realiseren. 

Inhoudelijke ontwikkelingen Programma Brandweer

De sector Brandweerzorg biedt op professionele wijze (repressieve) brandweerzorg. Er zijn 39 posten waarvan 37 vrijwillige en 2 beroepsposten (Groningen en Vinkhuizen). De 39 posten werken samen in 4 gebieden. De posten worden ondersteund door de teams Strategie en Ontwikkeling, Techniek en Ondersteuning en Vakbekwaamheid.

De brandweer heeft vier wettelijke kerntaken op het gebied van incidentbestrijding: 

  • brandbestrijding
  • technische hulpverlening 
  • waterongevallen bestrijding 
  • incidentbestrijding gevaarlijke stoffen (IBGS). 

De kerntaken zijn uitgewerkt volgens een piramidemodel. Hiermee wordt inzichtelijk hoe de basisbrandweerzorg vanuit de 39 posten is georganiseerd en welke risico’s met specialistische teams of met regionale en landelijke samenwerkingsafspraken worden ondervangen. Ook de thema’s paraatheid en bluswater zullen op deze manier worden uitgewerkt.

De komende jaren werken we toe naar een organisatie van de brandweerzorg zoals die in de bestuurlijk vastgestelde visie op de brandweerzorg in 2030 zal worden omschreven. Hiermee spelen we in op een groot aantal ontwikkelingen die de brandweerzorg in de regio beïnvloeden en realiseren we toekomstgerichte brandweerzorg passend bij de Groninger schaal. De belangrijkste ontwikkelingen die in de visie worden opgenomen:

  • De (kennelijke) strijdigheid van het huidige stelsel van vrijwilligheid met de Europese deeltijdrichtlijn, en de mogelijkheid om die met taakdifferentiatie (een duidelijk onderscheid in taken van beroeps en vrijwilligers) weg te nemen.
  • Vrijwilligheid en kazernes van de toekomst. Locaties en bezetting van de huidige kazernes zijn vaak nog gebaseerd op de oude structuur van de gemeentelijke brandweren, maar passen niet altijd meer bij de huidige omgeving. In veel gebieden neemt het aantal potentiële vrijwilligers af.
  • Huisvesting stedelijk gebied. De noodzaak om een nieuwe locatie voor de kazerne Sontweg te vinden en het vraagstuk waar de functies logistiek, technische dienst en oefengebouw het best gehuisvest kunnen worden.
  • Gebied Eemsdelta. Dit gebied vraagt om een vernieuwende organisatie van de brandweerzorg wanneer in de toekomst door krimp in het gebied de paraatheid verder onder druk zou komen te staan terwijl de bedrijvigheid toeneemt. 
  • Bluswatervoorziening. De tankautospuiten van de brandweer beschikken over een watertank waarmee de meeste beginnende gebouwbranden geblust kunnen worden. In gebieden zonder brandkranen wordt het grootwatertransport ingezet om de naastgelegen bebouwing te beschermen. In overleg met de gemeenten moet worden bepaald hoe met het restrisico wordt omgegaan.
  • Verbinden preventief en repressief. Een schraal dekkingsplan vraagt om een extra investering aan de voorkant.
  • Omgevingswet. Omgevingswet. De wettelijke adviestaak van de veiligheidsregio bij een nieuwe ontwikkeling en bij bouwplannen gaat veranderen. Over de positie van VRG in het omgevingsrecht moeten keuzes worden gemaakt. In de omgevingsplannen moet ook aandacht zijn voor brandveiligheid (bereikbaarheid en bluswater).
  • Er komt een nieuwe systematiek voor de opkomsttijden van de brandweer die inzicht biedt in prognose en realisatie van gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO), inclusief de motivatie van afwijkingen en flankerend beleid. Naast de snelheid waarmee de brandweer ter plaatse kan zijn, is er ook aandacht voor de slagkracht.
  • Oriëntatie op het bedrijfsvoeringsmodel van de brandweer. Onderzoeken of en hoe een slimme positionering en bemensing van brandweerlocaties de paraatheid kan versterken wanneer het aantal potentiële brandweervrijwilligers afneemt.

De uitvoering van de visie vraagt om een nog niet in te schatten investering.

Nieuwbouw kazernes  

In 2020 heeft het beheer van het vastgoed, dat in eigendom is van Veiligheidsregio Groningen verder vorm en inhoud gekregen. Er zijn meerdere overeenkomsten gesloten om het beheer te vergemakkelijken en aan het toekomstbestendig maken door verduurzaming van de vastgoedportefeuille wordt nader vorm gegeven. In februari 2020 is besloten om de voorbereiding van de bouwplannen Baflo en Haren (tijdelijk) on hold te zetten. Hiermee is de voortgang van het nieuwbouwprogramma brandweerkazernes van de VRG gestagneerd. In december 2020 is besloten een doorstart te maken met het bouwplan voor de kazerne Haren. Voor Baflo zal voor de kazerne een nieuw bouwplan worden ontwikkeld om de brandweerzorg naar de toekomst toe levensvatbaar en duurzaam in te richten met een TS en een WTS. Hierbij moeten de huisvesting en de locatie de benodigde flexibiliteit hebben om in te kunnen spelen op de uitkomsten van de visie op de brandweerzorg in 2030. De uitkomst daarvan zal naar verwachting van invloed zijn op meerjarenplanning van de nieuwbouw van brandweerkazernes en het ontwikkelen van een nieuwe visie op brandweerkazernes. De begroting voor de nieuwbouw is aangepast aan de prijsstijgingen in de bouwmarkt.

Materieel

Het materieel van de brandweer staat in de vervangingsinvestering. Er is een duidelijke visie op de wijze van aanbesteden, verantwoordelijkheid van contractmanagement en de gewenste harmonisatie van divers materieel bij de verschillende kazernes. Met noodzakelijke vervangingen wordt de basis op orde gebracht en ontstaat uniformiteit. Dit heeft voordelen voor uitwisselbaarheid en paraatheid, en levert mogelijk een tijdsbesparing op in het doorlopen van de aanbestedingen. 

Voor 2022- 2025 springen de volgende aanbestedingen eruit:

  • Implementatie operationele informatie. Vanuit goed werkgeverschap moet VRG ervoor zorgdragen dat de mensen in het veld beschikken over adequate en actuele informatie De brandweer wil dynamische informatie hebben tijdens incidenten. Om dit goed te kunnen opvragen is er hardware en software nodig op de voertuigen en voor de functionarissen. Deze informatie moet ook met de juiste software worden voorbereid. In 2022 moet de opvolger van de mobiele data terminals geïmplementeerd zijn en is de beheerorganisatie voor de operationele informatie ingericht en gereed.
  • Vervanging van de redvoertuigen. Alle redvoertuigen worden in deze periode vervangen. Uitgangspunt is dat ze allemaal identiek worden zodat ze in de hele regio uitwisselbaar zijn.
  • Verder zal in de komende kaderperiode ook een nieuwe aanbesteding lopen voor een meerjarig raamcontract van tankautospuiten.
  • De vervanging van ademluchtapparatuur is voorzien voor 2024. 

Bestuurlijke informatievoorziening

Met de vaststelling van het Inrichtingsplan (voorheen regionaal dekkingsplan) 2021-2025 volgens de systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden bepaalt het Algemeen Bestuur het niveau van de brandweerzorg in het gebied. VRG informeert het bestuur over de risico’s en de gerealiseerde brandweerzorg, waaronder de opkomsttijden. De Inspectie Justitie en Veiligheid heeft aan VRG de aanbeveling gedaan om de bestuurlijke informatievoorziening over de opkomsttijden te verbeteren. Hiervoor dienen de gerealiseerde opkomsttijden van alle brandweereenheden geregistreerd te worden. De nieuwe voertuigsystemen moeten met relevante en betrouwbare gegevens voorzien in de bestuurlijke informatiebehoefte. 

Operationele piketten

In lijn met de Wet en het Besluit veiligheidsregio’s worden de operationele piketten professioneler georganiseerd en opgedeeld in multi en mono brandweerpiketten. 

Hierin wordt:

  • het AC-B piket (Algemeen Commandant Brandweer) een hard piket (mono);
  • de AGS-functie (Adviseur Gevaarlijke Stoffen) losgekoppeld van de HOVD-functie (Hoofdofficier van Dienst) (mono);
  • de OL-functie (Operationeel Leider) belegd onder de verantwoordelijkheid van Crisisbeheersing (multi).

Dit heeft mogelijk als gevolg dat er hogere kosten ontstaan voor piketvergoedingen, piketvoertuigen en opleidingen.

Opleidingen 

Binnen Veiligheidsregio Groningen worden diverse activiteiten ondernomen om de medewerkers op te leiden (vakbekwaam worden) en te oefenen (vakbekwaam blijven). Dit geldt voor alle medewerkers, de vrijwilligers en het beroepspersoneel van de brandweer, de piketfunctionarissen van brandweer en crisisbeheersing en de kantoormedewerkers. Verschillende nieuwe ontwikkelingen kunnen een kostenstijging dan wel -verlichting met zich meebrengen; een belangrijke ontwikkeling is de mogelijke taakdifferentiatie.

Doorontwikkeling brandweerzorg

Op enkele reguliere of specialistische onderdelen moet de brandweer aan nieuwe (wettelijke) eisen voldoen of moet extra worden getraind om de kwaliteit van de incidentbestrijding op orde houden.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • Taakdifferentiatie brandweerzorg
  • Doorontwikkeling piketten, met als consequentie dat er meer functionarissen nodig zijn om de piketten te bemensen
  • Toetsmomenten voor repressieve medewerkers


Continuering aantal brandweervrijwilligers

Om voldoende paraatheid in de regio te kunnen bieden, streeft VRG ernaar om het aantal vrijwilligers te laten groeien naar 750 (in 2019 waren dat er 736). Door de coronacrisis zijn er minder vrijwilligers ingestroomd dan nodig is om het jaarlijkse verloop op te vangen. Dit – en het stilleggen van het vakbekwaamheidsprogramma door de intelligente lock-down als gevolg van de coronacrisis – had als gevolg dat de uitgaven voor opleidingen zijn gedaald. Het streven is door middel van actieve werving het vrijwilligersaantal weer op het gewenste niveau te krijgen.

Inhoudelijke ontwikkelingen Programma Crisisbeheersing

De sector Crisisbeheersing heeft als kerntaak te zorgen voor een professionele (voorbereiding op) crisisbeheersing en rampenbestrijding; wij identificeren, analyseren en adviseren op risicovolle situaties. 

Onze inwoners kunnen erop rekenen dat wij onze kerntaken m.b.t. crisisbeheersing op orde hebben en houden. Dit is een regulier en continu proces.  

In het Veiligheidsplan 2020-2024 beschrijven wij onze ambities en doelen. De beleidsthema’s voor Crisisbeheersing uit de meerjarenkoers – informatiegestuurd werken, dynamisch risicoprofiel, crisiscommunicatie en netwerkmanagement – werken door in ons Veiligheidsplan. In 2022-2025 bestendigen wij wat wij hebben ingezet; wij werken in één sector Crisisbeheersing waarin wij beleidsmatig én operationeel inzetbaar zijn. Wij geven samen met onze crisispartners verdere invulling aan de implementatie en uitvoering van het Crisisplan, aan de ambities en beleidsuitgangspunten uit het Veiligheidsplan en aan de beleidsontwikkeling van nieuwe risico’s en ongekende crises. Hiervoor hebben wij een multidisciplinaire structuur ingericht ten behoeve van strategische sturing en bestuurlijke advisering op het gebied van risico- en incidentmanagement in (buiten)gewone omstandigheden. 

Wij werken op basis van een dynamisch risicoprofiel, zodat wij elke dag kunnen anticiperen op bestaande en nieuwe risico’s die een bedreiging kunnen zijn voor ons gezonde en veilige bestaan. Dit doen wij proactief, risicogericht, informatiegestuurd en flexibel. Naast flexibiliteit in de opschaling kan VRG als organisatie ook als geheel samenwerken, zowel dagelijks als bij (dreigende) crises. Door meer integraliteit te organiseren tussen de afdelingen en kolommen kan meer synergie en eenheid worden gecreëerd.

Specifiek noemen wij hier cyber en klimaatverandering. 

Cyber

De samenleving wordt alsmaar digitaler en de coronacrisis maakt onze afhankelijkheid van digitale systemen treffend duidelijk. Wij hebben een rol in de gevolgbestrijding van crises met een cybercomponent (digitale ontwrichting), maar ook in de voorbereiding hierop en in de interne weerbaarheid van (gemeentelijke) organisaties. Wij zetten verder in op het vergroten van het bewustzijn op de risico’s rondom cyber in ons netwerk en wij stimuleren onze (crisis)partners zich voor te bereiden op incidenten met een cybercomponent.

Klimaatverandering

Het klimaat verandert. Mondiaal maar ook dichter bij huis; (buiten)branden als gevolg van droogte, bruggen die niet meer open of dicht kunnen door de warmte en gezondheidsrisico’s voor kwetsbare groepen als gevolg van hittestress. Door de klimaatverandering krijgen we te maken met extremer weer en neemt de kans op een watercalamiteit toe, waarbij ook de mogelijke gevolgen ernstiger worden. Wij richten ons vooral op de gevolgen hiervan. Wij geven hier de komende jaren verdere invulling aan, onder meer op basis van de impactanalyse uitgevoerd vanuit het programma WAVE 2020 (WAtercrisisbeheersing in de VEiligheidsregio’s), in samenwerking met vaste (crisis)partners en andere relevante partijen.

Wij staan in nauwe verbinding met onze gemeenten, (crisis)partners en buurregio’s. (Crisis)communicatie is stevig gepositioneerd in de gehele crisisbeheersingscyclus van preventie tot en met de nafase. 

Wij hebben een slagvaardige, lean & mean crisisorganisatie met crisisfunctionarissen die vakbekwaam zijn en worden gehouden. Hierbij is zowel aandacht voor team- als individuele competenties. Hiertoe worden zowel de ‘koude’ als de ‘warme’ organisatie ingericht en zij zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. 

Coronacrisis

De coronacrisis heeft grote impact op het programma Crisisbeheersing en deze ongekende crisis zal naar verwachting ook in 2022-2025 een langdurige nasleep kennen. We zien echter ook de baten. VRG heeft flexibel geacteerd op de aard en de duur van de coronacrisis. Er is veel vertrouwen in elkaar, er wordt gewerkt op basis van gelijkwaardigheid en de korte lijnen binnen de crisisorganisatie zorgen voor weinig ‘gedoe’. Dit past bij de koers die wij eerder hebben ingezet en in willen blijven zetten; korte lijnen in onder andere het RBT, de flexibele opschaling en de samenwerking binnen de sector Crisisbeheersing, binnen andere sectoren, met partners én met onze buurregio’s. 

Inhoudelijke ontwikkelingen Programma GHOR 

De GHOR heeft in haar meerjaren beleidsprogramma 2020-2023 strategische doelen geformuleerd. Deze doelen zijn passend in de Meerjarenkoers Grip op Risico’s en het Veiligheidsplan. Met deze strategische doelstellingen willen we verbinding en samenwerking in verschillende netwerken realiseren. We hebben de ambitie uitgesproken om ons optimaal te positioneren in onze netwerken en ons meer te richten op risicobeheersing. Wij hebben een goede samenwerking met de GHOR regio’s Fryslân en Drenthe en werken in Noord-Nederland zoveel mogelijk samen. Belangrijke ontwikkelingen, zoals de gemeentelijke herindeling, de verzelfstandiging van de GGD en de toekomstige huisvesting van VRG zullen invloed hebben op de gestelde doelen. Niet in de laatste plaats heeft de coronacrisis invloed op onze ontwikkelingen. 

De coronacrisis raakt onze functionele keten (acute- en publieke gezondheidszorg). De GHOR vervult een cruciale rol; als regisseur in de functionele keten en als verbinder in de multi keten/algemene keten. Het gevolg is dat de GHOR, gedurende deze coronacrisis, haar capaciteit bijna volledig aan de crisis besteedt. Reguliere werkzaamheden en geplande ontwikkelingen worden, in deze periode van crisis, op een minimaal niveau uitgevoerd of uitgesteld. Veel van onze doelstellingen worden door de Corona crisis op een andere manier ingevuld, namelijk warm in plaats van koud. Positionering en verbinding in de ketens is bij uitstek wat we op dit moment doen. En informatiemanagement is een belangrijke ondersteuning voor onze crisisorganisatie geworden. 

Strategische thema’s in het GHOR meerjarenplan zijn:

Samenwerken aan een goede voorbereiding van de zorgketen op (dreigende) crisissituaties in verbinding met veiligheidspartners en openbaar bestuur. Speerpunten hierin zijn:

  • positionering van de GHOR in de gezondheidsketen versterken

In vervolg op de stakeholdersanalyse in de afgelopen beleidsperiode heeft GHOR Groningen de wens om de komende beleidsperiode duidelijk te krijgen wat de behoefte van haar partners in het zorgnetwerk is om daar in de komende beleidsperiode goed op in te kunnen spelen en zo de positie in het netwerk versterken. Wij zullen ons hiermee in eerste instantie richten op het zorgnetwerk.

  • samenwerken binnen de sector Crisisbeheersing vormgeven en verstevigen;

De meerjarenkoers van VRG heeft geleid tot een organisatie-aanpassing en daarmee een verandering in aansturing vanuit de veiligheidsregio. De GHOR is vanaf juli 2019 gepositioneerd in de sector Crisisbeheersing, gezamenlijk met team Crisisbeheersing en de Gemeentelijke Kolom Groningen. De komende periode moet de doelstelling en de samenwerking binnen de sector worden vormgegeven. De GHOR zal een actieve rol vervullen in de samenwerking binnen de sector Crisisbeheersing.

  • de domeinen veiligheid en zorg op elkaar aan laten sluiten

Vanuit de positie in beide ketens (gezondheidzorg en veiligheid) moet de GHOR in staat zijn om deze ketens met elkaar te verbinden. Het samenbrengen van kennis vanuit verschillende perspectieven is nodig voor een juiste aanpak en een goede voorbereiding. Informatiemanagement speelt hierbij een belangrijke rol. Zorgpartners zijn geïnformeerd over relevante (nieuwe) thema’s, risico’s en ontwikkelingen in crisisbeheersing zodat de partners zich kunnen voorbereiden op veranderingen in werkwijzen of focus. Anderzijds is de veiligheidsregio (crisisorganisatie) geïnformeerd over relevante thema’s en ontwikkelingen bij de zorgpartners. In geval van een (dreigende) crisis kan dan eerder worden geanticipeerd op de (on)mogelijkheden binnen de zorg(organisaties). 

Risicogericht samenwerken met partners in de netwerken zorg, veiligheid en openbaar bestuur. Speerpunten hierin zijn:

  • een passende flexibele GHOR crisisorganisatie

Het risicogericht werken vraagt om een bepaalde mate van proactiviteit en flexibiliteit. In het crisisplan zal het flexibel opschalen van de crisisorganisatie verder worden uitgewerkt.. Flexibel opschalen is een onderdeel van risicogericht werken en dit betekent een verandering in werkwijze. Vanuit de GHOR zullen wij hierop aansluiten. De verwachting is dat er meer maatwerk wordt gevraagd; proactiviteit in de voorbereiding en samenwerking zowel multidisciplinair als op GHOR Noord-Nederland niveau. Dit vraagt om zorgvuldige mono- en multidisciplinaire voorbereiding en evaluatie van incidenten zowel zonder als met GRIP opschaling. 

  • informatiemanagement wordt ingezet voor zowel crisis- als risicobeheersing

De taak en functie van informatiemanagement is geborgd in onze GHOR crisisorganisatie. Om proactief en effectief te kunnen inspelen op ontwikkelingen en/of dreigende crisis is het noodzakelijk om zo veel en snel mogelijk relevante informatie tot onze beschikking te hebben. Daarom zal de GHOR samen met de partners verder werken aan een methodiek voor het monitoren van data in de koude fase. Informatiemanagement zal vooral van meerwaarde zijn als we het doorontwikkelen samen met de crisispartners ten behoeve van zowel risico -als crisismanagement. 

  • aandacht voor integraliteit en gezondheid bij (risico-)evenementen

Jaarlijks worden in de regio Groningen ongeveer 1300 evenementen georganiseerd. Zeker bij grote evenementen zijn risico’s aan de orde die het noodzakelijk maken om in een vroegtijdig stadium evenementen met elkaar af te stemmen. Voor ieder evenement geldt dat de activiteiten, de terreinen en de bezoekers verschillen.  Veiligheid en gezondheidsrisico’s bij evenementen vragen aandacht en capaciteit van de organisator, gemeente en de hulpdiensten. De komende periode zal GHOR Groningen samen met de hulpdiensten en gemeenten vorm geven aan de multidisciplinaire advisering op risicovolle evenementen.

  • anticiperen op ongekende risico’s

Het is onduidelijk wat er op de samenleving af komt, dus reguliere plannen zoals een RBP of IBP zijn niet mogelijk. Bij de ongekende crisis draait het om de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht in de samenleving. De GHOR zal de komende jaren samen met haar partners een visie ontwikkelen op het thema zelfredzaamheid en aandacht hebben voor zorg-continuïteit in relatie tot de ongekende crisis. 

Inhoudelijke ontwikkelingen Programma GKG 

Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG), oftewel het programma Bevolkingszorg, coördineert en verzorgt op regionaal niveau, als integraal onderdeel van de sector Crisisbeheersing van Veiligheidsregio Groningen, voor gemeenten de voorbereiding op en uitvoering van eigentijdse bevolkingszorgprocessen in het kader van Rampenbestrijding en Crisisbeheersing.

Ook de komende jaren zal GKG bijdragen aan de verdere implementatie van het Veiligheidsplan VRG en de Meerjarenkoers VRG, de crisisorganisatie, het evalueren van GRIP incidenten en de uitvoering van evenementenbeleid in het bijzonder. Daarnaast blijft GKG bijdragen aan multidisciplinaire (bestuurlijke) advisering en planvorming en het bestendigen en borgen van integrale samenwerking.

Het ontwikkelen van eigentijdse, slim georganiseerde, adequaat en effectief aangestuurde Bevolkingszorgprocessen hangt nauw samen met de implementatie en de uitwerking van het Veiligheidsplan VRG. Het multidisciplinaire proces crisiscommunicatie blijft daarbij, als essentieel onderdeel van (de voorbereiding op) crisisbeheersing, acute bevolkingszorg en herstelzorg bijzondere aandacht en inzet vragen. Datzelfde geldt voor het eveneens multidisciplinaire proces nafase, niet in de laatste plaats vanwege de (neven)effecten van de corona crisis. Verder wordt blijvend geïnvesteerd in het faciliteren van bevolkingszorgprocessen middels adequate beheersystemen, professionele informatievoorziening en digitale leeromgevingen.

Tot de kern van het programma Bevolkingszorg behoort vakbekwaamheid, gericht op het borgen van continuïteit, kwaliteit en professionaliteit van de crisisfunctionarissen van Team Bevolkingszorg. Het GKG jaarplan Opleiden, Trainen en Oefenen wordt jaarlijks opgesteld ten behoeve van de voorbereiding van de crisisfunctionarissen op adequaat en effectief handelen tijdens incidenten, rampen en crises. Overige GKG activiteiten en bijbehorende governance worden beschreven in het ‘Organisatieplan, producten en diensten’.

Het bestendigen van een goede verbinding van VRG/GKG met de Groninger gemeenten en de lokale medewerkers van de gemeenten met de GKG/VRG is essentieel voor (de voorbereiding op) bevolkingszorgprocessen in het kader van Rampenbestrijding en Crisisbeheersing. Daarnaast wordt door medewerkers van GKG actief verbinding gelegd met kolommen, het regionaal en landelijk netwerk en bijgedragen aan de netwerkomgeving VRG door het leggen van verbindingen met huidige en toekomstige (crisis)partners.

Financieel kader 2022-2025

Algemeen

In deze kaderbrief gaan we financieel gezien op dit moment uit van de “0” lijn. Dit betekent dat de meerjarenbegroting alleen is geïndexeerd. Hiermee wordt rekening gehouden met de financiële situatie van de gemeenten. Dit betekent ook dat het financiële kader minder gedetailleerd is, omdat er geen nieuwe ontwikkelingen zijn meegenomen die leiden tot uitzetting van de begroting. Tegelijkertijd staan de financiën van VRG wel onder druk. Dit blijkt ook uit het onderzoek van bureau AEF die specifiek heeft gekeken naar de financiële positie van VRG. VRG is sober en doelmatig ingericht. Dit geldt voor de brandweerzorg, maar ook voor de overhead. De komende jaren is er geen ruimte om tegenvallers op te kunnen vangen door de negatieve algemene reserve. Zoals uit deze kaderbrief blijkt spelen er diverse landelijke en regionale ontwikkelingen die een financiële impact kunnen hebben. Keuzemogelijkheden, bijvoorbeeld ten aanzien van de brandweerzorg, maken we in 2021 inzichtelijk inclusief de financiële effecten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen landelijk (niet beïnvloedbare) ontwikkelingen en regionale (beïnvloedbare) ontwikkelingen. Afhankelijk van de keuzes kan dit de komende jaren leiden tot uitzetting van de begroting.

Taakstelling

Om een sluitende meerjarenbegroting te presenteren zal VRG scherpe keuzes moeten maken in haar eigen beleid en prioriteiten moeten stellen. In de basis liet het meerjarenperspectief vanuit de beleidsbegroting 2021 namelijk een tekort zien van € 0,5 miljoen. Dit tekort moet VRG binnen haar eigen begroting oplossen. Oorzaken van dit tekort zijn stijgende kosten en wegvallende baten op onder andere:

  • Opleidingen
  • Verzekeringen (t/m 2021)
  • IM/ICT
  • OMS
  • Impulssubsidie

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is negatief als gevolg van de getroffen FLO-voorziening bij de jaarrekening 2019. Ultimo 2019 bedraagt de algemene reserve – € 12,5 miljoen. Er is dan ook geen ruimte om tegenvallers op te kunnen vangen of nieuwe ontwikkelingen te kunnen financieren uit reserves. Afgesproken is dat de negatieve algemene reserve in 5 jaar (2020-2024) wordt aangevuld door de gemeenten. In de beleidsbegroting 2022 zullen we het verwachte verloop van de algemene reserve presenteren.

Financiële ontwikkelingen 

Landelijke (niet-beïnvloedbare) ontwikkelingen

Mogelijke financiële consequenties die voortvloeien uit landelijke ontwikkelingen worden eerst meegenomen in de risicoparagraaf. Op het moment dat ze zich werkelijk voordoen, zullen deze separaat aan het bestuur worden voorgelegd. Deze kunnen leiden tot een eventuele uitzetting van de begroting.

In de begroting 2022 worden de volgende risico’s toegevoegd aan de huidige risicoparagraaf. De risico’s zijn elders in deze kaderbrief inhoudelijk toegelicht en worden bij begroting 2022 gekwantificeerd aan de hand van de ontwikkelingen.

RisicoBandbreedte risico
WNRA/taakdifferentiatiePM
OmgevingswetPM
FLOPM
Effecten coronacrisisPM

Regionale (beïnvloedbare) ontwikkelingen

Er zijn diverse regionale ontwikkelingen geschetst op blz. 6-8 van deze kaderbrief en binnen de specifieke programma’s. Belangrijke ontwikkeling is de nieuwe visie op Brandweerzorg 2030. Scenario’s inclusief de financiële consequenties worden inzichtelijk gemaakt en in 2021 voorgelegd aan het bestuur. 

Indexering

Indexering van de (meerjaren) begroting zal plaatsvinden op basis van loon- en prijsontwikkeling, zoals opgenomen in de financiële verordening. Hierbij gebruiken we als uitgangspunt onderstaande tabel uit de septembercirculaire 2020 van het Gemeentefonds (prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers (60%) en imoc (40%)). In deze tabel zien we een forse bijstelling naar beneden van de indexatiepercentages ten opzichte van voorgaande tabel uit de septembercirculaire 2019 welke is gebruikt voor indexatie van de beleidsbegroting 2021.

Indexatie van voorgaande jaren wordt nagecalculeerd op het eerstvolgende begrotingsmoment dat de prijsontwikkelingen (CAO en sociale premies) bekend zijn van enig jaar.

Nieuw financieel kader 2022-2025

Gemeentelijke bijdrage regulier* (x € 1.000)20212022202320242025
Huidige gemeentelijke bijdrage regulier (begr. 2021)42.20243.06743.89644.74144.077
Bijstelling indexering lonen en prijzen0-283-470-664740
Nieuwe gemeentelijke bijdrage regulier (begr. 2022)42.20242.78443.42644.07744.818
* exclusief FLO-bijdrage € 1.050 duizend en excl. extra gemeentelijke bijdrage neg. algemene reserve

Het totale financiële meerjarenbeeld (batenzijde):

Veiligheidsregio Groningen (* € 1.000)20212022202320242025
Indexpercentage2,28%1,38%1,50%1,50%1,68%
Gemeentelijke bijdrage regulier42.20242.78443.42644.07744.818
Gem. bijdrage FLO cf MJB 2020-20231.0501.0501.050
Extra gem. bijdrage negatief EV2.6002.6002.6002.600
Rijksbijdrage6.9857.0557.1267.1977.269
Overige baten510440440440440
Totaal Baten53.34753.92954.64254.31452.527

Overige onderwerpen

Verdeelsleutel

Bij de begroting 2022 wordt uitgegaan van de huidige verdeelsystematiek. In het AB van 12 december 2018 is besloten om de harmonisering naar één uniforme verdeelsleutel en de mogelijke gewijzigde toepassing van de verdeelmethodiek op te schorten in afwachting van de afronding van de gemeentelijke herindeling en van de verwachtte nieuwe landelijke inzichten voor herziening van financiële verhoudingen tussen Rijk en gemeenten. De bijdragen aan de GHOR, crisisbeheersing en de gemeentelijke kolom worden bepaald aan de hand van het aantal inwoners. De bijdrage aan de brandweer wordt bepaald door de verdeelsleutel op basis van het aandeel voor brandweerzorg in het gemeentefonds (cluster OOV). De effecten van de gemeentelijke herindeling worden rechtstreeks meegenomen in het desbetreffende jaar. We hebben ook dit jaar Cebeon gevraagd een onderzoek te doen naar dit aandeel. Deze uitkomsten zullen meegenomen worden in de begroting 2022.

Bijlage 1 Investeringen 

Onderstaand een overzicht van de voorgenomen investeringen voor 2021 tot en met 2025:

Investerings behoefte totaal
2021 – 2025
20212022202320242025
Bedrijfsgebouwen (incl. grond)15.485.000 2.560.000 3.220.000 –   7.525.000 2.180.000 
Overige materiele vaste activa–   
Tankautospuit6.520.000 1.480.000 1.110.000 1.110.000 1.110.000 1.710.000 
Hoogwerker6.140.750 –   877.250 1.754.500 1.754.500 1.754.500 
Personeel/materieelwagen540.000 120.000 180.000 120.000 120.000 –   
Hulpverleningsvoertuig786.500 –   786.500 –   –   –   
Dienstauto375.510 355.510 20.000 –   –   –   
Container/haakarmbak–   –   –   –   –   –   
Inventaris2.282.000 1.412.000 225.000 75.000 75.000 495.000 
Overige vervoersmiddelen1.260.000 1.060.000 –   –   –   200.000 
Vaartuig168.000 126.000 –   42.000 –   –   
Overig5.705.957 1.725.000 1.150.000 –   2.332.300 498.657 
Totaal Investeringen39.263.717 8.838.510 7.568.750 3.101.500 12.916.800 6.838.157 
Realisatie index 80%31.353.957 7.070.808 6.055.000 2.481.200 10.333.440 5.470.527 

Dit investeringsoverzicht is geactualiseerd in november 2020. Gezien de onzekerheid in de planning van sommige investeringen rekenen we met een realisatie index van 80%. 

Ontwikkeling kapitaallasten  

We zien een opwaartse druk op de kapitaallasten door een aantal grote vervangingsinvesteringen (zoals bijvoorbeeld de tankautospuiten. Daarnaast wordt de nieuwbouw van kazernes duurder.  

Voor de jaren 2021 t/m 2024 wordt deze stijging gecompenseerd doordat een aantal geplande investeringen is doorgeschoven naar toekomstige jaren. In 2025 ontstaat er op basis van de huidige planning een nadeel van €  150 duizend ten opzichte van de kaderbrief van vorig jaar. Aangezien de meerjarenbegroting op dit moment uitgaat van de “0” lijn moeten investeringen de komende jaren goed worden afgewogen om binnen het financiële kader te blijven. 

Van grote invloed op de investeringsplanning kan de uitkomst van de visieontwikkeling op brandweerzorg 2030 zijn. De eventuele impact hiervan is nog niet meegenomen in bovenstaand overzicht.